Maandelijks archief: mei 2012

Maak een eigen tijdschrift met Jilster!

Standaard

Altijd al (hoofd)redacteur willen zijn van een tijdschrijft? Met behulp van jilster.com kun je helemaal zelf je eigen tijdschrift samenstellen en ontwerpen. Je bepaalt zelf hoe het tijdschrift er uit komt te zien qua vorm maar ook qua inhoud. Het programma kent vele mogelijkheden. Zo kun je kiezen uit een grote hoeveelheid sjablonen die je kunt vullen met eigen teksten en illustraties.

Een tijdschrift dat met Jilster gemaakt is minimaal acht pagina’s lang is, dan kun je in digitale vorm bekijken. Ook is er de mogelijkheid om het tijdschrift te laten printen. Helaas, maar logisch, moet je hier wel voor betalen. Het is niet mogelijk om het tijdschrift zelf uit te printen, wel kun je een ‘printscreen’ maken. Als je het tijdschrift door Jilster laat printen, kost dit ongeveer 20 euro voor 8 pagina’s.
Ook is het mogelijk om het tijdschrift op internet te publiceren, bijvoorbeeld op een blog. Jouw tijdschrift krijgt dan een eigen internetadres. Zo kunnen ook anderen gemakkelijk een kijkje nemen in jouw tijdschrift.

In het onderwijs?
Ook in het onderwijs kun je Jilster goed inzetten. Ik zou Jilster gebruiken om bijvoorbeeld een nieuwe thema in de klas te introduceren. Kinderen zouden de Jilster kunnen gebruiken bij een verwerkingsopdracht. In plaats van een saaie samenvatting of de vaste Powerpoint zouden ze hun gevonden informatie in een Jilster kunnen verwerken.

Het leuke van Jilster is dat je meerdere personen tegelijk aan het tijdschrift kunt werken. Dat is ook gelijk een ander bijzonder aspect van Jilster. Jilster geeft jou de mogelijkheid om vanuit de online redactieruimte anderen uit te nodigen om samen met jou aan het tijdschrift te werken. Jij geeft anderen dan toegang tot de bewerkingsfunctie van jouw Jilster-tijdschrift. Zo kun je het werk verdelen. Hij behoudt het overzicht. In de speciale redactieruimte zie je hoe het werk vordert. Je kunt hier ook met elkaar overleggen via een shoutbox. Daarnaast kun je anderen toestemming geven om een stukje in jouw tijdschrift te schrijven. Kinderen zouden bijvoorbeeld samen een school- of klassenkrant kunnen maken om ouders en anderen op de hoogte te houden.

Ook kun je op de website van Jilster verschillende voorbeelden van tijdschriften vinden die door kinderen op de basisschool gemaakt zijn. Hier staan een aantal hele mooie voorbeelden tussen, de tijdschriften zijn er erg professioneel uit. Het programma is erg gebruiksvriendelijk en de opmaak is erg handig. De bladzijdes kun je opmaken zoals in een echt tijdschrift. Teksten kopieer je vanuit Word naar je eigen pagina in de redactieruimte. Daar bewerk je de tekst eventueel nog en verdeel je deze bijvoorbeeld over meerdere kolommen. Je gebruikt eigen foto’s: als illustratie of als achtergrond. Je kunt afbeeldingen roteren, transparant maken, vergroten of verkleinen. Met de kleurvlakken kun je ook de achtergrond nog een kleurtje geven. Je maakt alles precies zoals je het hebben wilt! (Jilster.nl, 2012)

Ik zou deze tool inzetten vanaf groep 5. De tool is heel gebruiksvriendelijk, maar de kinderen moeten wel wat ICT-vaardigheden onder de knie hebben. Voor groep 3 zou dit te moeilijk zijn, omdat het programma voor hen net wat te veel functies kent. Toch denk ik dat zij met hulp van een leerling uit de bovenbouw of een leerkracht ook een eind kunnen komen met het maken van een mooi tijdschrift. Ik zou dit graag eens proberen.

Kortom… ik vind Jilster een uitstekende tool die veel voordelen kent!

Om het Jilster te kunnen werken kun je een gratis account aanmaken. Dit kan op http://www.jilster.nl/leden/registreren


Bronnen:
Jilster.nl, (auteur onbekend), (2012) De voordelen van werken met Jilster. http://www.jilster.nl/27/uitvoering-tijdschrift Bezocht op 31 mei 2012
ICT-idee.blogspot.com, Schie, H., van (29 maart 2012) Maak je eigen tijdschrift met Jilster. http://ict-idee.blogspot.com/2012/03/96-maak-je-eigen-tijdschriften-met.html Bezocht op 31 mei 2012

Advertenties

Groove wat?

Standaard

Een andere methode die bij het gastcollege van Jorrit den Ouden op 24 mei 2012 voorbij kwam en me erg aansprak is ‘Groove me’. Een sinds februari gelanceerde methode waar nu op verschillende scholen mee geëxperimenteerd wordt. Er zijn op dit moment 3500 proeflicenties, interesse genoeg dus! Er komen drie aspecten samen: Engels, muziek en bewegen. Dit stimuleert kinderen. Bekende popsongs en eigentijdse hits in hun oorspronkelijke uitvoering de basis vormen van alle lessen. Muziek die kinderen kennen van internet, radio en televisie, de methode is dus erg actueel en blijft zichzelf vernieuwen. Aan de hand van muziek leren de kinderen Engels spreken. Zo leren de kinderen bijvoorbeeld over familie door middel van het liedje ‘Father en son’. De woorden die de kinderen leren komen allemaal voor in het liedje. Omdat deze muziek kinderen aanspreekt, motiveert en zelfvertrouwen geeft, leren kinderen met Groove.me sneller en beter Engels.
De methode is gemaakt in samenwerking met Gynzy en dat kun je gelijk zien. De leeromgeving is kind- en gebruiksvriendelijk. Er staan alleen knoppen waar je iets aan hebt en het is gelijk duidelijk wat er van de leerling verwacht wordt.

Wat me het meeste aanspreekt aan de methode is het Engels leren zingen door middel van muziek. De kinderen worden intrinsiek gemotiveerd om te leren. Met de hele klas zingen in het Engels en tegelijkertijd leren, wie wil dat nu niet?
Er is zelfs door meerdere onderzoeken bewezen dat je een taal het beste kunt leren met behulp van muziek en zang. Zo wordt door BPS Research Digest in de mei-editie 2008 van PSYCHOLOGIES Magazine het volgende gezegd: “The answer to the age old question of learning a language, “might lie in a song…The researchers concluded that we find it easier to remember words if they’re set to music, partly because it’s more emotionally engaging, but also because the words are structured in a way that makes it easier for us to ‘segment’ the information and store it in our memories”.

Ook uit deze link blijkt dat muziek inderdaad een goed hulpmiddel is om Engels aan te leren. Zo pikken kinderen snel de woorden die in de liedjes gebruikt worden op en kunnen ze de woorden beter onthouden. Muziek helpt de kinderen woorden te leren die ze vervolgens ook in andere contexten kunnen gebruiken. Ook blijkt dat muziek en liedjes een effectief hulpmiddel zijn om liedjes aan te leren. Het is zelfs zo dat leerlingen de taal beter leren begrijpen. Je leert dit het beste door de songtekst van de liedjes die je luistert erbij te pakken en deze te zingen of te lezen zoals de artiest dit ook doet. Je oefent dan het Engels lezen, luisteren en spreken/zingen tegelijk!

Ik zie vele voordelen bij de methode Groove Me. Onbewust leren de kinderen Engels. Ze luisteren en zingen mee met hun favoriete muziek op school, maar ook thuis. Het ‘nieuwe geleerde’ zetten de kinderen niet zomaar uit, vaak staat de muziek thuis, bij vrienden etc. aan. Ongemerkt slijpt hierdoor het geleerde dieper in, bewust of onbewust.
Ik vind het geweldig om te zien hoe kinderen op een hele andere manier geprikkeld worden om te leren. De prikkeling sluit aan bij hun belevingswereld, nieuwsgierigheid en emotie.Er is zelfs uit wetenschappelijk onderzoek gebleken dat kinderen informatie beter opslaan wanneer er emotie optreedt in het proces. Dit komt doordat er bij emotie een stof en werking in de hersenen ontstaat waardoor de informatie beter wordt opgeslagen. Emoties worden door professor Jolles daarom ook wel de motoren van herinnering genoemd. De hen aansprekende muziek uit groove.me bevordert de emotionele prikkel bij kinderen in de Engelse les, waardoor de aangeboden en behandelde Engelse taal ook beter zal beklijven (Borgiers, R. 21 maart 2012)

Ik vind het wel jammer dat de lessen nu alleen nog maar beschikbaar zijn voor het digibord. Dit zorgt ervoor dat de lessen altijd klassikaal gegeven moeten worden. Mijn ervaring leert dat Engels niet alleen klassikaal aangeboden moet worden, maar dat er ook interactie tussen de leerlingen in kleine groepjes plaats moet vinden. Kinderen vinden het niet altijd fijn om Engels te moeten praten voor de hele klas.
Een ander nadeel dat voor mij nu nog speelt de werkbladen voor de kinderen uitgeprint moeten worden. Het interactieve van deze methode vervalt hier dus voor een deel. Gelukkig wordt er gewerkt aan versies voor de Ipad en andere devices om kinderen ook na het klassikale deel interactiever aan de slag te laten gaan. De methode is nu beschikbaar vanaf groep 5. Men is bezig met versie die vanaf groep 1 beschikbaar zullen zijn.

Bronnen
Ouden, den, J. (24 mei 2012), Gastcollege ´De Roode Kikker´
YouTube.com (1 maart 2012) Groove.me: Engels leren door muziek – lange versie http://www.youtube.com/watch?v=1Pck5paDNeE Bezocht op 25 mei 2012
BPS Research Digest (mei 2008) Learn English with Music http://www.helping-you-learn-english.com/learn-english-with-music.html Bezocht op 25 mei 2012
(auteur onbekend) (2 mei 2011) 5 ways Music can help your English learners http://www.imaginelearning.com/blog/index.php/2011/05/5-ways-music-can-help-your-english-learners/ Bezocht op 25 mei 2012
Borgier, R. (21 maart 2012) Groove. me (http://www.heutink-ict.nl/HeutinkICT/Kennisportal/Blogs/art/200/grooveme Bezocht op 25 mei 2012

De Roode Kikker en Nieuwsbegrip XL

Standaard

Veel methodes worden voor 8 jaar ontwikkeld en het ontwikkelen van deze methodes neemt ongeveer 3 jaar in beslag. Sommige scholen beginnen pas drie jaar na het ontwikkelen van de methode met de methode, zij stromen dus half in. Maar de informatie uit de methode is al weer drie jaar oud. Hoe kun je dan bijblijven bij de belevingswereld van kinderen? Net als de wereld, verandert ook de belevingswereld van de kinderen. Oude methodes zijn snel niet meer actueel en dit zorgt er vaak voor dat de kinderen minder betrokken zijn. ´De Roode Kikker’ nam de uitdaging aan om een methode te ontwikkelen die wel bij de belevingswereld van de kinderen aan sluit. De methode moet volgens Jorrit den Ouden, spreker bij ons gastcollege, actueel, activerend en aantrekkelijk (door gebruik van bijvoorbeeld YouTube-filmpjes etc.) zijn.
Daarom heeft ´De Roode Kikker´ een online ELO / omgevingsgestuurd net ontwikkeld waarop verschillende apps te vinden zijn, zoals: WebComic, Blog, EduTweet, Forum, Teleblik, Lezen, Mediawijsheid en Rekenen.
Zo kom je via de app ´Lezen´ bij begrijpend lezen. Bij de inleiding van een les begrijpend lezen wordt de voorkennis van de kinderen geactiveerd door middel van plaatjes over het onderwerp van de tekst. Na het lezen van de uiteindelijke tekst, wordt er een woordweb gemaakt. Ook wordt er bij iedere les leeshulp gegeven. Daarnaast worden de opdracht door de kinderen op de computer uitgevoerd.



Ook is er bij het ontwikkelen van de methode ‘De Roode Kikker’ gedacht aan de leerkracht. Hierbij staan de volgende aspecten centraal: Eenvoudig, efficiënt en eigentijds. Er zijn leerlingadministratiesystemen. Aan het begin van het schooljaar plannen de leraren de lessen in en hoeven vervolgens niet meer in de omgeving te komen. Ze krijgen de lessen per e-mail gestuurd. Voordeel dat niet steeds de inlognamen en wachtwoorden onthouden moeten worden.
Wel aan de leerkracht de taak om de lessen goed voor te bereiden. Eerst was het zo dat je de methode van binnen en buiten kende, maar nu krijg je ieder jaar een andere les en worden lessen steeds aangepast. Je geeft dus niet vijf jaar lang dezelfde lessen aan dezelfde groep, een voordeel wat mij betreft. Het onderwijs dat je geeft blijft actueel en wat mij betreft moet je daar als leerkracht ook wat voor over hebben.
Daarnaast kunnen docenten hun eigen lessen ontwerpen of de eerder ontworpen les zelfs aanpassen. Je hoeft dus niet altijd gebruik te maken van de standaardlessen van de uitgever, maar kunt de lessen aanpassen aan het niveau van de kinderen in je klas. De uitgever werkt de lessen al uit op drie niveau’s, maar mocht het nodig zijn kun je de lessen dus aanpassen.

‘De Roode Kikker’ geeft aan niet zo’n methode als ‘Nieuwsbegrip XL’ te willen worden. Ze geven toe dat Nieuwsbegrip actueler is met de onderwerpen, maar dat er vaak krantenartikele over oorlog etc. worden gebruikt, omdat deze gebeurtenissen nu eenmaal actueel zijn. ‘De Roode Kikker’ vind niet al die berichten geschikt voor kinderen. Daarnaast blijft het bij ‘Nieuwsbegrip’ vaak bij krantenberichten, dus bij het geschreven woord. Volgens de Roode Kikker moeten naast leesvaardigheden, ook kijkvaardigheden ontwikkeld worden bijvoorbeeld door het bekijken van filmpjes. Ook wordt social media door de Roode Kikker ingezet en gebruikt om de kinderen vaardiger te maken in begrijpend lezen.
Een goed idee wat mij betreft, social media neemt steeds een grotere rol in in de samenleving. Belangrijk dus dat kinderen weten hoe ze een blog of twitterbericht moeten lezen en/of interpreteren. Moet er een samenvatting gemaakt worden, dan wordt dat soms in een twitterbericht en een andere keer wordt er een blogbericht geschreven.

Toch denk ik dat ‘Nieuwsbegrip XL’ qua actualiteit beter scoort. De artikelen die zij gebruiken komen echt uit het actuele nieuws. De artikelen van ‘De Roode Kikker’ zijn wel actueel, maar komen (vaak) niet uit het nieuws. Het zijn wel onderwerpen die kinderen aanspreken, maar het kan voorkomen dat de kinderen en nog niet van hebben gehoord. Bij De Roode Kikker komen artikelen van nu pas twee weken later in het programma. ‘Nieuwsbegrip XL’ speelt echt in op de belevingswereld van de kinderen hier en nu. Kinderen gaan aan de slag met nieuws dat wat net de wereld in is, actueler kan bijna niet!

Bij allebei de methodes is er ruimte voor de leerkracht om de kinderen te volgen in hun ontwikkeling. De leerkracht kan zien wat er wel of niet gedaan is door de kinderen en kan zien waar er nog hulp nodig is. Al wordt er door de programma’s zelf veel hulp geboden, de leerkracht kan hier nog steeds een goede bijdrage leveren.
Wel merk ik dat ook de methode ‘Nieuwsbegrip XL’ niet altijd écht interactief gebruikt wordt. Op mijn oude stageschool werden de ‘werkbladen’ altijd uitgeprint en werd er niet in de omgeving van Nieuwsbegrip gewerkt. Daarnaast kunnen de kinderen bij Nieuwsbegrip XL een eigen magazine maken, waarin tekst, foto’s, polls etc. in verwerkt kunnen worden. Ik weet nu na het zien van de omgevingen van onder andere Nieuwsbegrip XL en ‘De Roode Kikker’ dat scholen die op deze manier te werk gaan een kans missen. In de omgeving van de methode worden naast de opdrachten namelijk ook spelletjes en oefeningen aangeboden om de kinderen vaardiger te maken in begrijpend lezen.

Bronnen:
Jorrit den Ouden (24 mei 2012), Gastcollege ‘De Roode Kikker’
De Roode kikker (datum onbekend), http://deroodekikker.nl/website/ Bezocht op 24 mei 2012
Nieuwsbegrip (datum onbekend), http://www.nieuwsbegrip.nl/nieuwsbegrip.htm Bezocht op 24 mei 2012

Teacher of the future?

Standaard



Een robot die de klaslokalen schoonmaakt, een robot gebruiken als een soort verwerkingsopdracht, een robot die autistische kinderen helpt, een robot die proefwerken uitdeelt en ophaalt, en zelfs een robot die taal en rekenen uitlegt? Misschien is dat wel het onderwijs van de toekomst. Een robot als docent is een ontwikkeling die nog heel ver weg ligt, maar ook nu al zijn goede redenen om robotica goed in de gaten te houden.

Vandaag hebben met we de minor een bezoek gebracht aan ‘De Verdieping’ van Kennisnet. Een interessante dag waarbij we weer blootgesteld werden aan verschillende nieuwe technieken en tools die ook inzetbaar zijn in het onderwijs. Een technische ontwikkeling die me aan het denken heeft gezet vandaag zijn de NAO-robots.
Een NAO is een robot met menselijke trekjes van nog geen 60 centimeter hoog en ongeveer vier kilo. De NAO kan lopen, soepel bewegen met hoofd, benen en armen en stemmen herkennen. Bovendien spreekt hij maar liefst dertien talen (definitie uit: ‘Robotdag in Nemo’, redactie Kennisnet, 9 juni 2011)!
Samen met de andere minorstudenten hebben we een uitleg gevolgd over het programmeren van de NAO-robots en vervolgens hebben we deze geprogrammeerd. Het is ontzettend leuk en interessant om vervolgens te zien hoe de robot jouw idee uitvoert.

In een artikel op de website Kennisnet over robotica worden een aantal bewezen voordelen van het werken met robotica in de klas genoemd. Zo wakkert het werken met robots de interesse in techniek voor kinderen aan (grootste resultaat bij meisjes). Ook bevordert het de samenwerking: er is sprake van een stimulans voor leren van techniek, communicatie en samenwerken. Als laatste bevordert het werken met robots het probleemoplossend vermogen van kinderen. Het programmeren van de robots draagt bij aan cognitieve aspecten zoals oplossend vermogen en creativiteit. Leerlingen moeten nadenken over de oorzaken en gevolgen van hun handelen. Meerdere disciplines en vakken vallen hierbij samen, zoals algoritmisch denken en creativiteit of maatschappijleer (ethiek), natuurkunde, biologie en informatica.

Daarnaast blijkt uit verschillende onderzoeken dat de robots een positief effect hebben op autistische kinderen. Het is voor autistische kinderen moeilijk om contact te maken met anderen. Ook is het voor deze kinderen moeilijk om hun gevoelens te uiten en expressies te tonen met hun gezicht.
Er wordt gekozen voor robots die dezelfde grootte hebben als een echt kind. Zo vertelt ook Maja Mataric, co-director of the Robotics Research Lab at USC in een artikel van ABC.news.com: “In autism, there was already anecdotal evidence that children with autism often respond favorably to robots and show social behaviors they do not display with unfamiliar people. Some work had already been done with toy-like robots before we got involved in the research. We were specifically interested in using human-like child-sized robots which would serve as peers, not toys, in the interaction with children.” Ook blijkt uit het artikel dat kinderen met autisme liever naar objecten kijken dan naar gezichten van mensen. Ze hebben moeite met het begrijpen van gezichtsuitdrukkingen en kennen niet de natuurlijke neiging om contact te maken met de mensen om zich heen of voelen zich geïntimideerd door hun omgeving. De robot reageert en zoekt contact met het kind zelf. Het mannetje stelt eenvoudige vragen om contact te maken, maar kan ook wat moeilijkere opdrachten geven. De leerlingen leren oogcontact maken met de robot zonder dat dit intimiderend overkomt. Als het kind in de war raakt, biedt de robot hulp aan. De robot reageert ook als de kinderen hem slaan. Hij verbergt dan zijn gezicht en huilt, de autistische kinderen weten nu dat dit pijn doet. Daarnaast kan de robot de bewegingen van het kind dat met de robot communiceert volgen.

In de onderstaande youtube-filmpjes kunt u zien hoe de robot en kinderen met elkaar communiceren.



Ik vind het goed dat autistische kinderen geholpen worden door het gebruik van robots, maar ik denk dat hier wel een grens aan verbonden moet zijn. De kinderen moeten niet alleen maar met robots kunnen communiceren. Uiteindelijk moeten ze ook met mensen en kinderen om kunnen gaan. De robots zijn, vind ik, een hulpmiddel om dit uiteindelijk te bereiken.
Daarnaast vraag ik me af of robots nu echt de leraren van de toekomst worden. Ik zie tal van mogelijkheden om met robots aan de slag te gaan. Toch denk ik dat het nog even duurt voordat er echt een robot voor de klas staat, al zal de robot wel steeds meer taken van jou als leerkracht kunnen overnemen. Zo kan de robot opdrachten uitleggen aan kinderen of kinderen individueel helpen. Daarnaast kun je kinderen de robot leren programmeren. De kinderen kunnen dan hun verwerkingsopdracht door de robot laten vertellen of misschien zelfs laten zien. Het programmeren van de robot gebeurt met behulp van het programma Choregraphe. Een gebruiksvriendelijk programma dat veel standaardfuncties voor de robot kent. Het programma is ook geschikt voor kinderen, dit komt vooral doordat het programma zo gebruiksvriendelijk is. De kinderen moeten de acties voor de robot in het scherm slepen en aan elkaar koppelen om een bepaalde beweging te forceren.

Use blog to learn!

Standaard

Mijn tweede stagedag zit er alweer op. Vandaag heb ik me voor mijn onderzoek verdiept in de ICT-vaardigheden van kinderen in groep 3. Wat moeten deze kinderen nu kunnen volgens het ICT-beleidsplan van de school? Hoever zijn de kinderen al met het ontwikkelen van deze vaardigheden? In welke vaardigheden ga ik me verdiepen?

In het schoolbeleidsplan voor ICT staan per groep steeds een aantal ICT-vaardigheden vermeldt. De kinderen uit groep 3 moeten de volgende vaardigheden onder de knie krijgen:
• Leren omgaan met de muis en het toetsenbord
• Kennismaken met het programma Word 2007
• Typen van eenvoudige teksten/woorden
• Leren omgaan en werken met eenvoudige educatieve en interactieve programma’s

Toen ik deze vaardigheidseisen las, vroeg ik me gelijk af of de kinderen niet veel meer zouden kunnen. Ik zag weinig uitdaging in de leerdoelen en vroeg me af of de doelen niet te laag gesteld waren. Kinderen komen tegenwoordig zo vroeg in aanraking met media dat ze ook vroeger zullen starten met het ontwikkelen van de vaardigheden.
Ik heb een kort onderzoekje gedaan naar de ICT-vaardigheden van kinderen. Hierbij heb ik hen de onderstaande vragen gesteld.

• Wat is dit en waar gebruik jij dit voor? Wat kun jij hiermee doen? (computer, toetsenbord,
computerscherm, muis, etc.)
• Wat doe jij allemaal op/met de computer?
• Wat kun je nog meer doen met de computer? Wat doen papa, mama, broers of zussen op de computer?
• Kun jij al typen op het toetsenbord? Laat maar eens zien…
• Wat vind jij dat kinderen met een computer moeten kunnen doen? Wat moet je echt al kunnen als je
in groep 3 zit? Kun jij dit ook?
• Hoe zet je de computer aan?
• Wat is dit? (Word 2007) Wat kun je hiermee doen?
• Wat kun je op de schoolcomputer allemaal doen? Doe je dit thuis ook of doe je thuis iets anders op
de computer?

Na afloop van de gesprekken met de kinderen was ik verbaasd, maar werden ook mijn vermoedens bevestigd. De doelen die de school gesteld had, zijn door veel kinderen al behaald en vooral op het gebied van typen, internet en websites zijn de kinderen al erg ver. Ze weten dat je informatie op kunt zoeken op de computer via Google. Ze weten dat je filmpjes kunt bekijken op Youtube en weten welke criteria ze in moeten typen om het filmpje te krijgen waarnaar ze op zoek zijn.
De kinderen zijn bekend met social media, zoals Hyves en Facebook, dit mede doordat vaders, moeders en/of broers en zussen regelmatig op deze websites te vinden zijn. Een enkeling maakt zelfs zonder hulp van ouders gebruik van Skype om contact te maken met familie in het buitenland. De kinderen weten dat je via internet kleren en zelfs pizza kunt bestellen.
Daarnaast kinderen weten dat ze met het programma Word kunnen typen. Ze hebben ieder een woord voor me getypt en wisten elkaar te vertellen wat de spatiebalk en de Enter-toets voor functies hadden. Ook wisten veel kinderen snel de juiste letters voor hun te schrijven woorden te vinden. De twee hoogbegaafde meiden in de klas vertelden me zelfs uitgebreid over de knip- en plak-functies bij Word en er werd zelfs gesproken over app’s en de Appstore in het kader van internet. Daarnaast gebruiken veel kinderen het internet voor het spelen van spelletjes. En weten ze dat je e-mailtjes of andere berichten kunt versturen naar mensen.
Wel opvallend was dat de kinderen niet weten hoe openbaar het internet eigenlijk is. Veel kinderen gaven het internet de volgende definitie: ‘Eigenlijk een heel groot boek op de computer waar je informatie kunt vinden over alles (wat je wilt weten). Dat kun je daar zo typen en dan zoekt hij het zelf’.
Aan het einde van het gesprek stelde ik de kinderen de vraag: “Als ik een berichtje of een foto op het internet zet… Wie kan dat dan zien? Rens zet een foto Tess op het internet, kan ik die foto dan zien?”. Sommige kinderen twijfelden over hun antwoord, maar al snel klonk een luidkeels ‘Neeeeeee, dat kan jij dan niet zien.” Ik vroeg: “Waarom dan niet?” Kinderen: “Omdat jij niet op dezelfde computer zit…” Heerlijk die kinderredenaties en onwetendheid. Ze zijn zich nog lang niet bewust van het feit dat internet naast kansen en mogelijkheden ook veel valkuilen kent, doordat het zo openbaar is.
Toen ik de kinderen vertelde dat alles wat je op het internet zet voor iedereen zichtbaar is, schrokken ze een beetje. Een meisje zei zelfs: “Ooooooo… Daarom mag mijn zusje van mama geen foto van onze Ipad en computer op het internet zetten. Dan komen er dieven…” Ook konden de kinderen mij vervolgens haarfijn uitleggen welke dingen je niet op het internet moet zetten: pincodes, rare foto’s van andere kinderen, je wachtwoord van een spelletje, etc.

Het begrip ‘mediawijsheid’ valt wat mij betreft dus onder zeker onder de ICT-vaardigheden van de kinderen. Je merkt dat kinderen niet weten wat er met hun informatie op internet gebeurt en dat terwijl kinderen dagelijks gebruik maken van de computer en het internet. Ik wil de kinderen van groep 3 dan ook een stukje mediawijsheid meegeven. De blog die zij gaan maken komt immers op de schoolportal te staan en ook deze is voor iedereen toegankelijk.
Daarnaast zijn de doelen van de school voor groep 3 vooral gebaseerd op het gebruiken van de computer, zoals omgaan met muis en toetsenbord. Ik denk dat deze doelen nog veel verder kunnen gaan, vooral in relatie tot het werken met een blog. Zo stel ik ook doelen zoals: de kinderen weten welke informatie ze op de blog kunnen zetten, de kinderen weten dat de blog voor iedereen toegankelijk is, etc. De doelen staan dan ook gelijk in relatie met mediawijsheid. In een artikel over ‘Mediawijsheid’ op de website van blibliotheek.nl zijn de ICT-vaardigheden juist onderdeel van de mediavaardigheden en het mediabewustzijn. De ICT-vaardigheden en lees- en schrijfvaardigheden vallen volgens dit artikel over de praktische vaardigheden behorende bij mediawijsheid. Ik wil dat de kinderen door het werken met de blog hun ICT-vaardigheden en mediawijsheid uitbreiden en tegelijkertijd mediawijze worden (use to learn).

Grappig: de kinderen wezen het computerscherm aan bij het woord computer en wisten niet wat het kastje aan de zijkant, de werkelijke computer, voor betekenis had. “Het ‘aan- en uitknopje’ misschien…?”

Glogster

Standaard



Glogster
Bernolf heeft ons tijdens de les over cyberpesten uitgedaagd om door middel van een nieuwe webtool een interactieve poster te maken over cyberpesten. Bijvoorbeeld om anderen te informeren. Ik heb ervoor gekozen om een poster te maken voor leerkrachten. Ik wil hen informeren over de kenmerken van cyberpesten, maar vooral wil ik hen meer informatie geven over het voorkomen van cyberpesten. De interactieve poster die hierboven te zien is, heb ik gemaakt met behulp van het programma Glogster. Je kunt een gratis account aanmaken bij Glogster om vervolgens aan de slag te gaan binnen deze webomgeving. De posters kun je helemaal inrichten naar eigen smaak. Er zijn verschillende soorten glogs waar je uit kunt kiezen: posterglogs, wide glogs, album glogs etc. Door het toevoegen van foto’s, filmpjes, geluiden, links en dergelijke, maak je de poster interactief. Binnen de webomgeving van Glogster worden een aantal plaatjes, foto’s en filmpjes gegeven, maar het is ook erg makkelijk om je eigen materiaal te uploaden of materiaal van internet toevoegen door middel van links. Vervolgens kun je de poster geheel zelf vormgeven van achtergrond en lettertype tot kaders voor foto’s en plaatjes en speciale players voor filmpjes. Wanneer je poster klaar is, kun je deze publiceren door middel van een aan jouw poster toegekende link/URL. Je kunt de poster zowel private als public opslaan.

Het programma is gebruiksvriendelijk, al blijft het programma soms hangen. De poster hoort ook automatisch opgeslagen te worden tijdens het maken/bewerken van de poster, maar een aantal keer liet de ‘autosaving’-mode het afweten. Ook moet je na het toevoegen van tekst in een bepaalde vorm of kader naast het tekstkader klikken om de tekst officieel toe te voegen. Doe je dit niet of klik je op de knop ‘apply’ (wat logischerwijs ‘toepassen’ betekent) drukt, verdwijnt de tekst.

Wat kun je nu doen met Glogster in het onderwijs?
Voor het onderwijs heeft Glogster ook de mogelijkheid om een virtuele klas te registreren met maximaal 200 leerlingen. Als educatief leermiddel kun je Glogster vooral gebruiken om te presenteren. Ook kun je de Glogster als een soort prikbord gebruiken. Deze kun je vervolgens plaatsen op de schoolwebsite of bijvoorbeeld op een klassenweblog. Hier kun je kort belangrijke informatie plaatsen en doorlinken naar verschillende websites.
Door kinderen aan de slag te laten gaan met Glogster komen ze in aanraking met een andere manier van presenteren. In plaats van het maken van een collage op papier waarbij je aan de slag gaat met lijm, pennen, een schaar, stiften en papier en tijdschriften, kun je nu een poster maken die veel interactiever is. Kinderen kunnen filmpjes toevoegen die bij hun onderwerp passen en leren de poster vorm te geven. Daarnaast leren kinderen kritisch denken en leren ze hoofd- en bijzaken scheiden. Het is niet de bedoeling dat de poster vol komt te staan met tekst. Kinderen kiezen wat ze het belangrijkst en interessantst vinden en plaatsen dit op de blog. De achtergrondinformatie of uitgebreide informatie kunnen ze toevoegen aan een ‘topic’ door een link toe te voegen. Daarnaast moeten ze kijken of de informatie die ze op de poster weergeven wel de juiste is. Wat wil je mensen vertellen of laten weten en welk materiaal heb je daarvoor nodig? Kies je voor een filmpje of voor een kort stuk tekst met plaatjes. Welk filmpje kies je dan en waarom?

Via de blog van Warempel vond ik een Engelstalige handleiding voor het gebruik van Glogster in de klas.
Ook heb ik via deze blog een Slideshare gevonden over het gebruik van Glogster in de klas. In de slideshare wordt duidelijk welke meerwaarde Glogster heeft naast een collage op papier.

Vier in balans | Cyberpesten

Standaard

Eerste stagedag
Inmiddels zit de tweede week van de minor er al weer op. Times flies when you´re having fun, right?! Afgelopen dinsdag heb ik mijn eerste stagedag gehad. In mijn vorige blog heb ik al wat verteld over mijn stageplaats. In samenwerking met mijn mentor en met hulp van een aantal klasgenoten heb ik een hoofdvraag en deelvragen geformuleerd voor mijn onderzoek. Voordat ik aan deze vragen begonnen ben, heb ik eerst gekeken in hoeverre mijn stageschool voldoet aan de vier componenten van het ‘Vier in balans-model’. De vier componenten zijn: visie, deskundigheid, digitaal leermateriaal en ICT-infrastructuur.

Op alle vier de gebieden kan mijn stageschool nog het één en ander verbeteren. Zo zijn de computers die de school tot haar beschikking heeft erg oud. Daarnaast zijn de digitale leerprogramma’s op de computers niet van goede kwaliteit. 8 van de 10 programma’s werkt niet naar behoren of kan zelfs niet geopend worden. Ook moeten de leerkrachten op het gebied van ‘deskundigheid’ nog wat bijgeschoold worden. De leerkrachten hebben een cursus gehad over het gebruik van het digibord, maar weten lang niet allemaal hoe ze het digibord effectief en optimaal in kunnen zetten. En dat terwijl in het bovenschoolse beleidsplan wordt gesproken over het ontwerpen van eigen digitale lessen. Op het gebied van ‘Visie’ doet mijn stageschool het goed. De school is onderdeel van stichting Opmaat. Stichting Opmaat heeft een bovenschools ICT-plan en maakt in samenwerking met de scholen ICT-beleidsplannen voor hen. Het nadeel is wel dat niet alle hoofdpunten uit het bovenschoolse beleidsplan terugkomen in de schoolbeleidsplannen. In het beleidsplan van mijn stageschool worden een aantal belangrijke aspecten genoemd waar aan gewerkt moet worden. Zo wil men vanuit bovenschools, maar ook vanuit het schoolbeleidsplan dat de websites van de scholen up to date blijven. Mijn stageschool heeft als speerpunt voor dit jaar: het invullen van de groepspagina’s. Nu zijn de groepspagina’s nog leeg en weten veel kinderen en leerkrachten niet hoe ze met het blog-programma van de schoolportal om moeten gaan. In het schoolbeleidsplan staan de ICT-vaardigheden van leerkrachten en kinderen maar erg globaal beschreven mijns inziens. Ze zouden deze ICT-vaardigheden mogen aanpassen, kinderen gaan immers steeds meer en eerder met computers werken/in aanraking komen. Zoals hierboven te lezen, staan de vier bouwstenen nog niet in balans met elkaar en is er werk aan de winkel.

Ik heb ervoor gekozen om met mijn onderzoek aan de slag te gaan met een streefpunt uit het ICT-beleidsplan van de school. Men wil namelijk dat er optimaal gebruik gemaakt wordt van de groepspagina’s/blogs. Maar is het blog-programma dat nu gebruikt wordt wel geschikt voor de kinderen en hoe leer je kinderen bloggen? Daarnaast wil ik zelf aan de slag gaan met de ICT-vaardigheden van de kinderen. Een hele interessante samenkomst vooral omdat ik stage loop in groep 3. Wat zijn nu de hedendaagse ICT-vaardigheden van kinderen van deze leeftijdscategorie en wat moeten kunnen ze al? Ik heb gemerkt dat steeds meer klassen een weblog onderhouden om anderen op de hoogte te houden van het wel en wee in de klas. Een uitdaging voor mij om dit met groep 3 te proberen. Als laatste uitdaging heb ik mezelf nog een streefpunt op het gebied van digitaal leermateriaal meegegeven. Welke tools kan ik nu inzetten bij groep 3 en wat kunnen we daarmee op een blog?

Bovenstaande informatie omgezet in hoofd- en deelvragen geeft dit resultaat:
Hoofdvraag:
• Hoe kan ik in 7 weken met de kinderen van groep 3 een blog/groepspagina ontwikkelen op de
schoolportal en hiermee tegelijkertijd hun ICT-vaardigheden uitbreiden?

Deelvragen
• Welke ICT-vaardigheden moeten de kinderen van groep 3 behalen volgens de leerlijn van de school
(zie ICT-beleidsplan)?
• Op welke ICT-vaardigheden ga ik me richten deze 7 weken?
• Hoe leer je de ICT-vaardigheden bij de kinderen aan? Welke hulpmiddelen of manieren zijn er?
• Hoe introduceer ik de blog aan groep 3? Welke blog gebruik ik en waarom? Maak ik een handleiding
en op welke manier? Etc.
• Welke tools kun je inzetten om de blog (en/of de portal) aantrekkelijker te maken voor bezoekers?

Cyberpesten, hoe wijs ben jij?
Vrijdag hebben we het gehad over cyberpesten, een onderwerp dat me heel erg aanspreekt. In mijn allereerste blog heb ik al aangegeven dat ik op stage een aantal gevallen van cyberpesten ben tegengekomen. Ik wilde graag weten wat nu de kenmerken van cyberpesten zijn, maar vooral ook hoe ik cyberpesten kan voorkomen. Als ik zie hoe deze vorm van pesten kinderen kan beïnvloeden en pijn kan doen, zie ik ook hoe communiceren via internet en social media een valkuil kan zijn.

Wat is nu cyberpesten? Cyberpesten is een vorm van pesten waarbij de pester gebruik maakt van elektronische media, zoals internet of mobiele telefonie. De pester zendt iemand kwetsend materiaal toe of verspreidt kwetsende dingen over iemand met de bedoeling om macht over de persoon uit te oefenen. Er is dus sprake van cyberpesten als de ene persoon de ander verveelt, bedreigt, lastig valt, vernedert of in verlegenheid brengt door gebruik te maken van digitale technieken. Cyberpesten wordt ook wel online pesten of digitaal pesten genoemd, aldus Esther Bouw, schrijfster van artikel ‘Cyberpesten’ (2008) op Medic Info.
Cyberpesten gebeurt vaak anoniem. De daders voelen zich op deze manier veilig en voor de slachtoffers, leerkrachten en/of ouders is het moeilijk om er achter te komen wie nu werkelijk de aanstichter is. Daarnaast is cyberpesten soms harder dan gewoon pesten. De daders staan niet in direct contact met het slachtoffer. Dit geeft de dader de kans om grenzen te verleggen, omdat hij zich niet geremd voelt. Kinderen hebben zich mentaal nog niet goed ontwikkeld en hebben moeite om zich in te leven in anderen. Ze zullen zich dus ook niet realiseren wat de gevolgen van hun scheldpartijen, pesterijen en dergelijke zullen zijn. ‘Zo was het niet bedoeld’ wordt vaak door hen gezegd.

Het is belangrijk dat leerkrachten weten hoe ze cyberpesten kunnen voorkomen en aanpakken. Maar het moeilijke van cyberpesten is dat het niet altijd direct zichtbaar is. Kinderen kunnen overal op een computer, laptop, telefoon etc. iemand ‘aanpakken’ via het internet. Het is als leerkracht niet te doen om dit alles in de gaten te houden, maar wat kun je als leerkracht dan wel doen om dit probleem aan te pakken?
Voor mijn Glogster ben ik op zoek gegaan naar educatieve pakketten die leerkrachten in de klas zouden kunnen gebruiken. Ik ben op zoek gegaan naar pakketten die leerkrachten helpen het cyberpesten aan te pakken of juist te voorkomen door kinderen goed te informeren over de gevolgen van het digitale pesten (zie mijn Glogster).

De gevolgen van cyberpesten zijn volgens mij groter dan die van ‘gewoon pesten’. Vaak wordt bij cyberpesten een vervelende foto of bericht op het internet geplaatst dat voor grotere groepen mensen zichtbaar is. Waar normaal vaak een klein groepje kinderen of een klas van de pesterij afweet, heeft nu de gehele wereld toegang tot de kwetsende foto’s of informatie. Daarnaast zijn digitale sporen niet te wissen. Jaren later kunnen kinderen nog geconfronteerd worden met nare foto’s of video’s. Door de intensieve manier van communiceren via het internet door kinderen lijken kinderen steeds minder waarde te hechten aan hun privacy. Voor kinderen geldt: hoe meer persoonlijke details je geeft, hoe meer je te vertrouwen bent. Uit onderzoek van Mijn Kind Online (‘Klik en klaar’ 2008) blijkt dat kinderen inderdaad helemaal niet zo goed met internet omgaan. Zo blijkt dat veel kinderen:
• Niet lezen wat er staat
• Het verschil niet zijn tussen feitelijke en reclame informatie
• Te veel persoonlijke informatie op het internet plaatsen
• Geen goede zoekopdrachten kunnen geven aan zoekmachines
• Etc.

Om cyberpesten te voorkomen, vind ik dat kinderen meer mediawijs gemaakt moeten worden. Kinderen zijn handig met computers, maar ze staan niet in voor de gevolgen van geplaatste informatie etc. Op internet vond ik het volgende handboek over mediawijsheid speciaal voor het onderwijs.
In dit handboek worden verschillende tips gegeven voor het mediawijs maken van kinderen. Zo worden er didactische tips gegeven, maar ook tips voor de houding van een leerkracht, tips voor kennis en ervaring van de leerkracht en worden er verschillende medialessen aangeboden om kinderen wijzer te maken in de media. Als leerkracht kun je kinderen op het gebied van media dus zeker nog wat leren! Ik denk dat je hen op het gebied van mediawijsheid zelfs voorloopt.