Categorie archief: Minor KLM

Minor KLM was één groot avontuur!

Standaard

Bovenstaand filmpje geeft precies het probleem weer waar ik tegen aan liep. Veel leerkrachten op eerdere stagescholen en andere scholen slaagden er niet in om kinderen te motiveren. Ik wilde anders zijn en kinderen wel motiveren door aan te sluiten bij hun belevingswereld en wel met behulp van nieuwe media. Ik wilde verder kijken dan de methodiek die er al was, maar waar ik moest beginnen? Ik had geen idee… Dat was voor mij de reden om in het avontuur van minor KLM te stappen. Los laten en in het avontuur stappen…

Een groot avontuur, zo zie ik de 10 weken minor Kind, Leren & Media. Ik ben meegetrokken in een avontuur waarbij ik mijn ogen heb uitgekeken en ik zelfs even de grond onder mijn voeten verloor….
De minor heeft me nieuwe inzichten gegeven en oude inzichten laten verdwijnen. Zo dacht ik altijd dat scholen veel geld neer zouden moeten leggen om ICT en tools in de klas te integreren. Natuurlijk kost het aanschaffen van een digibord veel geld, maar bij de minor heb ik gezien dat er talloze gratis tools zijn die je zo kunt gebruiken! Glogster, Prezi, TimeRime en nog vele andere tools liggen zo voor het aangrijpen!
Waar voor leerkrachten dan het probleem ligt? Ik denk dat veel leerkrachten iemand nodig hebben die hen helpt deze ICT tools uit te leggen, zodat leerkrachten les kunnen geven in de 21e eeuw met nieuwe technieken die bij deze eeuw passen.
Leerkrachten zien steeds weer nieuwe ontwikkelingen voorbij komen en dus veranderen ook de tools en gereedschappen die zij in de klas zouden moeten inzetten. 10 jaar geleden was een tv of een videoprojecter in de klas het toppunt van het integreren van technologieën in de klas. Tegenwoordig zijn dat voor ons oude tools. Ontwikkelingen gaan snel, maar ik vind dat we als leerkrachten verplicht zijn om mee te gaan in die ontwikkeling. Niet alleen voor onszelf, maar vooral voor de kinderen! We doen het voor hen, omdat hun belevingswereld maar blijft veranderen en wij hierin mee moeten gaan.
Je hoeft niet alle tools te gebruiken om een leerkracht van de 21e eeuw te zijn. Begin klein met één of twee tools en diep deze uit. Kies tools waarvan je denkt dat ze jou en de kinderen het meest en het best kunnen helpen. Eigenlijk net zoals we bij minor KLM gedaan hebben. Ook wij werden ondergedompeld in een bad van tools. Aan mij de taak om ‘mijn tool’ hier uit te halen en te kijken waar hoe en met welk doel ik deze tool kon inzetten in de praktijk op stage. En geloof mij, er bestaat een hele grote kans dat wanneer je eenmaal gestart bent met het gebruik van één tool… Je raakt verslaafd! Je wilt meerdere tools gebruiken, zien en uitproberen. Blijf wel altijd kritisch en gebruik tools niet om ze te gebruiken, maar omdat ze jou helpen bij het lesgeven aan de kinderen van de toekomst!

Moeten we helemaal om? Als het aan mij ligt niet, ik denk dat de leerkracht niet te missen en/of te vervangen is. Wel zal de leerkracht in de toekomst een andere functie krijgen. Steeds meer informatie is op het internet te vinden, maar dat wil niet zeggen dat we zelf geen kennis meer hoeven te leren. Kennis is steeds vaker altijd en overal online beschikbaar, maar kennis blijf je nodig hebben. Al denk ik wel dat deze kennis veranderd. Ik denk dat er mindere parate kennis hoeft te zijn, omdat je die nu snel op kunt zoeken. Wel moeten kinderen geleerd worden hoe ze met deze nieuwe media moeten omgaan en is er altijd nog basiskennis nodig om kinderen voor te bereiden om zelfstandig te leven in onze veranderde samenleving.. Een goed voorbeeld hiervan is de ´twijfeldidactiek´. Kinderen leren dat ze niet alles zomaar moeten geloven, dat is belangrijk. Vooral nu iedereen zomaar informatie op internet kan plaatsen die vaak niet helemaal betrouwbaar is. Leer de kinderen 21st century skills, zodat ze kunnen ‘overleven’ in de 21e eeuw. Hieronder een filmpje waarin duidelijk wordt waarom het zo belangrijk is om deze vaardigheden aan kinderen te leren. Ik zou het zelf niet beter kunnen zeggen!

Eindpresentatie
Vandaag heb ik mijn eindpresentatie gegeven aan twee docenten en een aantal studenten van minor KLM. Alle presentaties waren geweldig, stuk voor stuk. Heerlijk om te zien hoe wij als studenten gegroeid zijn in ontwikkeling en kennis over ICT, hoe stagescholen ideeën overnemen en nog verder uitdiepen. Bedankt Bernolf, Aukje, Stefan en studenten, dankzij jullie heb ik me verder kunnen ontwikkelen. Minor KLM is een super minor!

Bronnen
Onderwijsvanmorgen.nl, Conradi, R. (12 juni 2012) De toekomst van het onderwijs. http://onderwijsvanmorgen.nl/de-toekomst-van-het-onderwijs-2/ Bezocht op 27 juni 2012

Sociale media: bedreiging of kans?

Standaard

Sociale media zijn niet meer weg te denken uit het leven van kinderen, jongeren en volwassenen. Van ons als aankomende leerkrachten wordt verwacht dat wij inspelen op deze nieuwe ontwikkelingen op het gebied van media en ICT. Interesse tonen in de leefwereld van de kinderen en hen op deze manier bereiken, wordt dat ook wel genoemd.
Toch bestaat er op veel scholen nog de angst voor sociale media. Leerkrachten en directeurs hebben vaak geen idee hoe ze aan de slag moeten gaan met deze media en waar en hoe ze deze media zouden moeten inzetten. Scholen zien vaak alleen de negatieve kanten van social media. Zo zijn zij verschrokken van de zogenoemde hashtags op Twitter zoals #kutschool en de vervelende berichten over leerkrachten, leerlingen en anderen die via social media snel verspreid kunnen worden. Deze nare berichten bevestigen vaak de al bestaande angst bij de leerkrachten. Je concentreren in een wereld waar je offline en online leven naadloos in elkaar overlopen, is dan ook iets wat ouders en scholen kopzorgen oplevert (Stadhouders, M., 1 maart 2012).
Vanuit dit opzicht kan ik de leerkrachten niet anders doen dan gelijk geven, maar social media kent ook een andere kant. In een tijd waarin veel melding wordt gemaakt van onwenselijkheden op het web, is social media in de klas niet de meest voor de hand liggende werkvorm in het onderwijs. En uit eigen ervaring weet ik dat docenten niet voorop lopen in de digitale revolutie. Maar als je social media op de juiste manier inzet, kun je ontzettend naast veel negativiteit ook veel positiefs ervaren, zo blijkt ook uit het volgende onderzoek.

Larry Rosen, psycholoog aan de Cal State Domingues Hills University bestudeert al meer dan 25 jaar de gevolgen van technologie op mensen. Onlangs deed hij verschillende onderzoeken naar de effecten van sociale media op kinderen. De Amerikaanse psycholoog stuitte in zijn onderzoek op een verband tussen de mate waarin jongeren social media gebruiken en gezondheidsproblemen. Jongeren die meer gamen of op internet zitten, hebben een grotere kans dat ze met lichamelijke problemen kampen zoals maag- en slaapproblemen, depressie en angstaanvallen. Daarnaast hebben kinderen en jongeren die zeer actief zijn op sociale netwerken meer last van concentratieproblemen. Van ieder kwartier dat ze studeren zijn ze hooguit twee tot drie minuten daadwerkelijk gefocust op hun studie. De rest van de tijd houden ze hun mobiele telefoon in de gaten of er sms’jes binnenkomen. Gemiddeld haalden zij lagere cijfers voor examens dan jongeren die minder actief zijn op sociale netwerken. Volgens het onderzoek sturen jongeren gemiddeld 2000 tekstberichten per maand. Deze overmaat aan informatie leidt volgens Rosen onherroepelijk tot slaap- en concentratieproblemen en stress.
Rosen benadrukt dat sociale netwerken ook positieve effecten hebben. Volgens hem kunnen jongeren hiermee de wereld om hen heen op een veilige manier verkennen. “Ze kunnen dingen van zichzelf delen en communiceren met vrienden zonder dat ze met directe reacties hoeven om te gaan. Voor verlegen kinderen is het een kans om uit hun schulp te kruipen”, aldus Rosen (Mous, A., 8 augustus 2011).

Het bovenstaande onderzoek gaat vooral over jongeren, maar heeft in samenwerking met veel andere negatieve verhalen wel vele (basis)scholen aan het twijfelen gebracht over het inzetten van social media in de klas.
Scholen zouden eens een voorbeeld kunnen nemen aan bepaalde bedrijven. Wat betreft inzet van social media lopen bedrijven wat voor op de scholen. Verschillende bedrijven hebben positieve ervaringen gehad wat betreft social media, deze good practices moeten door het onderwijs gezien en gehoord worden. Zo kunnen we hen overtuigen van de kracht van social media. Zo heeft de KLM social media tijdens de problemen met de Ijslandse aswolk in 2011 goed ingezet. Men merkte dat social media de enige kanalen zijn waarmee ze in staat waren om klanten goed te informeren. Om deze reden heeft het bedrijf een switch gemaakt naar ‘social business’. Ieder bericht dat via de media binnenkomt, moet binnen één uur beantwoord worden en binnen maximaal 24 uur opgelost zijn, hoe ingewikkeld ook. Niet echt een gemakkelijke taak als je de hoeveelheid berichten gericht tot KLM op Twitter ziet verschijnen. Mede hierom is er een specale afdeling die zich bezig houdt met de social media, hiermee wil KLM laten zien dat ze luistert naar haar klanten en haar klanten wil verbinden en zo snel mogelijk van dienst wil zijn (Stadhouders, M., 1 maart 2012).

Tips en voordelen
Na het volgen van de minor KLM kan ik alleen maar beamen dat social media ook positieve kanten kent. Hieronder zet ik een aantal voordelen, tips en redenen om social media te gebruiken op een rij.

Social media waait niet over
Denk maar aan begin jaren negentig toen het internet zijn intrede deed. Op scholen was er grote weerstand tegen het internet en de toegang tot het internet werd vaak verboden. Dat is nu ondenkbaar. Leerkrachten moet kinderen begeleiden in de omgang ermee in plaats van er tegen te vechten. Sociale media zijn geen trend, maar een blijvend thema in het leven van de kinderen en dus ook bij jou op school Maak binnen de school iemand verantwoordelijk voor alle sociale media activiteiten rondom school, net zoals KLM dat deed.

Kinderen leren beter als ze bij het leerproces betrokken worden
Ik heb blogs geïntroduceerd in de klas om leerlingen aan te sporen hun ICT-vaardigheden verder te ontwikkelen en te schrijven. Het motiveerde de leerlingen. Iedereen kan hun verhalen lezen, ze doen het niet meer alleen voor de leerkracht. Het grappige is dat kinderen vaak het idee hebben dat ze iets doen wat eigenlijk niet mag op school. Doordat de kinderen participeren in hun eigen leerproces worden ze betrokkener en zullen ze beter leren.

Er zijn tal van veilige social media tools en deze zijn gratis
Neem nu bijvoorbeeld blogs, deze kunnen uitstekend beveiligd worden als je dit zou willen. Met één klik op de knop, kun je de kinderen beschermen tegen invloeden die jij niet toestaat. Daarnaast zijn er blogs waarbij blogposts eerst door leerkrachten gecontroleerd moeten worden voordat ze op de blog geplaatst worden, zoals Kidblog. Social media is gratis, je hoeft geen dure digitale pakketten aan te schaffen, maar je kunt er zo gebruik van maken. De stap is niet zo groot… hij ligt voor het aangrijpen!

Social media stimuleert samenwerken en is laagdrempelig
Social media en het delen van informatie met anderen zijn één. Social media is een onderwijsinstrument dat automatisch draait om samenwerken. Studenten reageren op elkaars werk, werken in teams en kunnen heel gemakkelijk met elkar of de leerkracht in contact komen om vragen te stellen of informatie te delen. Daarnaast is online discussie voeren voor bijvoorbeeld verlegen kinderen of kinderen die op het gebied van taal wat minder zijn een stuk laagdrempeliger. Dat zag ik ook met een taalzwakke leerling tijdens het bloggen. Als één van de beste schreef hij blogs en het typen stimuleerde ook zijn taalontwikkeling. De leerling had moeite met het splitsen van woorden in letters. Om de woorden de typen moest hij dit alsnog doen, maar op een volgens hem ‘veel coolere’ manier.

Verdiep je in social media
Hoe gek het ook klinkt, veel scholen negeren social media uit angst voor discussie. Zorg ervoor dat je weet wat social media zijn, welke belangrijk zijn en hoe je ze kunt inzetten. Wat zijn de risico’s en kansen? Pas dan kun je goed oordelen.

Stel een protocol op
Leerlingen denken vaak niet goed na over de informatie die ze op internet plaatsen. Speel als school op dit probleem in door een protocol te maken waarin je duidelijk aangeeft wat er wel of niet online geschreven mag worden op en over school. Belangrijk is om dit samen met de leerlingen te doen, zodat je laat zien dat hen ziet en naar hen luistert. Stiekem weten de kinderen best veel over de risico’s van social media, dit heb ik ook met mijn eigen groep 3 ervaren.
Door hier met elkaar over te praten, zullen leerlingen jouw argumenten beter begrijpen en zich hieraan houden.

Verbind de online en de offline wereld
Het is belangrijk om je aan het protocol te houden. Je zult dus moeten ingrijpen wanneer iemand zich niet aan het protocol houdt en de grens overschrijdt. Ga hierover met de kinderen in gesprek en leg uit wat er mis is gegaan of mis kan gaan. Alleen dan zullen leerlingen leren wat wel en niet kan. Blijf gesprekken voeren met kinderen over social media en verbind op deze manier de online wereld met de offline wereld.

Doe het niet alleen
Het is belangrijk om zowel als leerkrachten en als ouders deel te nemen aan het proces. Leer leerkrachten om te gaan met social media zodat ze niet voor onaangename verrassingen komen te staan en ga in gesprek met ouders over het online gedrag van hun kinderen. Want in de praktijk blijkt dat ook ouders vaak net zo onwetend zijn.
(Onderwijs maak je samen, 15 oktober 2010)

Ik zou nooit zeggen dat er geen mogelijke risico’s zitten aan het gebruik van social media in de klas. Maar ook buiten het internet zullen kinderen in aanraking komen met gevaren. Fouten maken is tenslotte menselijk en hiermee om leren gaan, dat is wat wij als leerkrachten kinderen moeten leren. Het liefst willen we natuurlijk de kinderen van te voren goed inlichten, zodat er zo min mogelijk fout gaat.
Tijdgebrek is een bekend probleem en ook een excuus in het onderwijs. En dat terwijl er zo oneindig veelmogelijkheden zijn waarmee sociale media het onderwijs versterkt kan worden.
Sociale media kunnen de lessen spannender maken, de nieuwsgierigheid opwekken en de creativiteit opwekken van kinderen en de betrokkenheid vergroten. Verlegen kinderen kunnen gestimuleerd worden om zich te laten horen. En het is een mooi uitgangspunt om het bewustzijn van kinderen op de sociale media te bespreken in de klas. Kinderen worden op deze manier mediawijzer. En dat zijn nog maar een paar redenen om sociale media in de klas te gebruiken!

Eind deze maand komt het boek ‘Sociale media op de basisschool’ uit. In dit boek geven 21 onderwijsmensen praktische tips en geven antwoord op de vraag: ‘Hoe zet je sociale media met succes in op school’. 21 inspirerende succesverhalen die leerkrachten kunnen bewegen om met sociale media aan de slag te gaan (Mijn Kind Online, 25 juni 2012).

Bronnen
Onderwijs maak je samen.nl, Berg, J., van den, (15 oktober 2012) Scholen en docenten omarm social media! http://www.onderwijsmaakjesamen.nl/actueel/scholen-en-docenten-omarm-social-media/ Bezocht op 24 juni 2012
Techzine.nl, Mous, A. (8 augustus 2011) Social media slecht voor gezondheid en school. http://www.techzine.nl/nieuws/26916/social-media-slecht-voor-gezondheid-en-school.html Bezocht op 24 juni 2012
Mijn Kind Online, Pijpers, R. (25 juni 2012) Boek op komst: sociale media op de basisschool. http://www.mijnkindonline.nl/1700/boek-komst-sociale-media-basisschool.htm Bezocht op 25 juni 2012
Stadhouders, M. (1 maart 2012) Sociale media op school: bedreiging of kans? http://blog.youngworks.nl/youngworks/social-media-op-school-bedreiging-of-kans Bezocht op 24 juni 2012

Cocreatie

Standaard

Cocreatie? Tja, ik had geen idee wat ik me bij dit begrip voor moest stellen. Afgelopen woensdag is Saskia Dellevoet te gast geweest bij de minor om dit begrip te verhelderen en met ons aan de slag te gaan rondom cocreatie. Voor mij een gemiste kans, want helaas was ik ziek.
Toch ben ik door de tweets van mede minorstudenten en de blogs van onder andere Rianne en Loes erg nieuwsgierig geworden. Wat is cocreatie en past dit bij mij?Toch even zelf op onderzoek uit gaan dan!
Gelukkig heeft Twitter me goed op weg geholpen. Via Twitter en de twitteraccount @co_creatie kwam ik in aanraking met een Slideshare over cocreatie en onderwijs van Arjanna van der Plas (8 juni 2012).

Wat is cocreatie?
Cocreatie is samen met partijen met elk hun eigen expertise werken aan producten, diensten of zelfs beleid. Hmm, samenwerken dus, maar doen we dat al niet vaak? Wat is dan nou echt cocreatie? Bij cocreatie ben je je ervan bewust dat je samenwerkt. Verschillende partijen werken bewust samen om een bepaald doel te bereiken.
Volgens Yochai Benkler (TNO, 9 mei 2011) is het nieuwe en aantrekkelijke aan cocreatie het feit dat het een ‘commons-based peer production’ is. Dit betekent dat het resultaat van de productieprocessen vrij te gebruiken is voor iedereen. Ook verwijst de uitleg van het begrip cocreatie naar het feit dat individuen en organisaties uit vrije wil deelnemen aan een project zonder dat ze er iets in de vorm van geld voor terug verwachten.
Geweldig toch, iets uit vrije wil doen omdat je het leuk vind en het je aanspreekt om vervolgens samen tot een idee, concept of project te komen! Je belangeloos inzetten en al je tijd en energie inzetten om digitale middelen te produceren en dat dan gratis met anderen te delen. Volgens Benkler, blijkt uit de Whitepaper van TNO (9 mei 2011), is dit helemaal niet zo raar. Zo stelt hij dat de natuurlijke neiging van mensen om sociale relaties aan te gaan in hun persoonlijke leven, door de opkomst van ICT nu ook ingezet kan worden voor de productie van informatie. Vaak is de persoonlijke motivatie van mensen, zoals inhoudelijke interesse zo groot en hebben ze behoefte om bij een bepaalde groep te horen. Men wordt niet gedwongen om aan een samenwerkingproces mee te werken, maar men doet dit vrijwillig en bewust. Men werkt samen voor een algemeen belang.
Het proces van cocreatie is bijzonder te noemen. Binnen het proces is er sprake van respectvolle interacties tussen de deelnemende partijen, men luistert naar elkaar en probeert er alles uit te halen wat er in zit. Elkaar uitdagen door elkaar uitdagende vragen en probleemstellingen voor te leggen, elkaar uitdagen om creatief te zijn en deze creativiteit delen, dat is cocreatie!

Fasen bij cocreatie
Volgens TNO (9 mei 2011) doorloop je bij het cocreeëren vier fasen.
Fase 1 is de observatiefase waarin een instelling, zoals bijvoorbeeld een school, nog niet actief deel neemt aan een cocreatie, maar zich wel bewust wordt/is van haar (cocreërende) omgeving.
Fase 2 is de experimentele fase waarin de instelling de eerste cocreatie-initiatieven opzet om zo ervaring op te doen met de kansen en de impact van sociale media. Dit kan zijn door bijvoorbeeld zelf een initiatief te lanceren of door gebruik te maken van en te experimenteren met bijvoorbeeld Twitter en andere sociale media. Zo zijn er bijvoorbeeld scholen die experimenteren met de leer- en werkomgeving Sakai om een online samenwerking tussen meerdere partijen mogelijk te maken. Er is nog geen specifiek cocreatie-beleid, vaak ontstaan er spontaan initiatieven vanuit de concrete behoefte van bijvoorbeeld de school.
Fase 3 is de consolidatiefase. In deze fase wordt de cocreatie structureler door de school gebruikt en ingezet. De cocreatie krijgt vorm en er wordt gekozen met welke tools er gebruikt worden om te communiceren. Cocreatie wordt voor hen steeds belangrijker.
Fase 4 is de strategische fase. Cocreatie is nu niet meer alleen belangrijk, maar is zelfs een kernwaarde geworden. Een groot deel van de instelling is overtuigd van de relevantie van de dialoog en de samenwerking met andere instellingen.

Ik en cocreatie?
Ik denk zeker dat ik me zou kunnen vinden in de processen van cocreatie. Ik ben die graag samenwerkt met anderen en met anderen ideeën of problemen bespreekt. Ik vond het fijn om feedback van anderen te krijgen en ik merk vaak dat ik hierdoor verder kom ik mijn eigen leerproces. Ik zie de positieve aspecten van samenwerken, maar ook van cocreeëren.
Juist het bewuste samenwerken van cocreeëren spreekt me erg aan. Samen kom je verder.
Ik zou ook graag mee cocreatie tegen willen komen op scholen, in de lerarenkamer, in de klas. Samen met de klas communiceren met andere partijen om tot nieuwe ideeën te komen en te delen, mogelijkheden zien! Het communiceren tussen partijen krijgt door de opkomst van ICT alleen maar meer mogelijkheden! Kinderen kunnen via verschillende social media contact zoeken met mensen.
Cocreeëren is wat mij betreft heel belangrijk in het onderwijs en het heeft een meerwaarde. Ervaringen en ideeën delen dat is wat ik belangrijk vind en dat is met behulp van cocreatie goed te realiseren. Je wordt aan het denken gezet en leert aspecten ook eens van een andere kant te bekijken.

Hoewel cocreatie niet alle uitdagingen binnen het onderwijs kan oplossen, kan het
wel een zeer waardevolle bijdrage leveren. Volgens de Whitepaper van het TNO (9 mei 2011) is het hierbij belangrijk om eerst goed duidelijk te krijgen welke waarde cocreatie levert aan docenten en leerlingen. Alleen wanneer duidelijk wordt waar aan gewerkt moet worden en wat er verwacht wordt, kan cocreatie grootschalig worden ingezet in het onderwijs.
Ook moeten de belangen van de deelnemende bedrijven en andere partijen centraal blijven staan en moet er steeds gekeken worden hoe je deze op een juiste wijze samen kunt brengen. Cocreatie is in opkomst, maar kan nog veel groter worden. Als ieder zijn steentje bijdraagt en niet afwacht maar juist de kansen die men krijgt omarmt, kan cocreatie realiteit worden.
Wat ik hierbij erg van belang acht is het laten zien van goede voorbeelden en resultaten van cocreatie. Dit zal anderen motiveren en stimuleren om zich in een dergelijk project te verdiepen en hier in te stappen of om zelf partijen bij elkaar te roepen.
We kunnen allemaal van elkaar leren. Zo kan het onderwijs profiteren van de mogelijkheden die de samenleving haar biedt en kan de samenleving op haar beurt profiteren van de mogelijkheden die het onderwijs kan bieden!

De onderstaande links geven een goed voorbeeld weer van cocreatie. Mac Donalds werkt samen met consumenten om een nieuwe burger te ontwerpen en gebruikt hierbij ICT als hulpmiddel.
Actie McDonald’s

Bronnen
Hazehogeschool Groningen: Leendertse, M., Schadenberg, T., Vries, A., de (9 mei 2011) Whitepaper: ‘Van hype naar realiteit: een roadmap voor cocreatie in het onderwijs’. http://leerkracht.kennisnet.nl/wp-content/uploads/2011/05/TNO-Whitepaper_cocreatie_onderwijs.pdf Bezocht op 15 juni 2012
Adformatie.nl, Nierop, S., van (2 mei 2012) McDonald’s lanceert De Bekendste Burger. http://www.adformatie.nl/nieuws/bericht/mcdonalds-lanceert-de-bekendste-burger/ Bezocht op 15 juni 2012
Plas, van der, A. (8 mei 2011) Slideshare: ‘Cocreatie in het onderwijs’. http://www.slideshare.net/arjannavanderplas/cocreatie-in-het-onderwijs-information-energy-8-juni-2012 Bezocht op 15 juni 2012

Gooien we er met de pet naar of hebben we er een hoge hoed van op?

Standaard

´Times are changing…`

Dat de tijd en de wereld om ons heen veranderen, dat zien we allemaal. Ook het onderwijs verandert continu. Dit is altijd zo geweest en zal ook altijd zo blijven. Enkele van deze veranderingen kunnen echter behoorlijk ingrijpend zijn, hoe gaan we hiermee om?
Wat mij betreft worden veranderingen vaak te snel doorgevoerd en denkt men van te voren niet goed na over de gevolgen en de uitvoerwijze van de verandering. Belangrijk is om aan de betrokkenen duidelijk te maken wat er gaat veranderen en op welke manier dit gebeurd. Voer de verandering in kleine stappen door, dan voelt de verandering niet richoreus. Ook Aukje Meens liet ons bij minor KLM (6 juni 2012) inzien dat je met geplande veranderingen meer mensen kunt bereiken. Als je nu zegt dat je over twee uur een verandering wilt doorvoeren, zullen vaak alleen de innovators en misschien een aantal early adopters de boeg in één keer om willen gooien. Dit komt omdat bijvoorbeeld de innovators altijd op zoek zijn naar iets nieuws. De mensen die onder de laggards en de late majority vallen, zul je nooit in deze verandering mee kunnen nemen. Zij zullen de hakken in het zand zetten, omdat zij het liever bij het oude willen houden. Zij vinden dat alles nu perfect gaat en zien de meerwaarde niet in van de verandering. Door stapsgewijs een verandering in te voeren, hoeven de laggards geen hele grote verandering in één keer te maken en zal de verandering voor hen geleidelijker verlopen.


Wikipedia, (27 december 2011)

Daarnaast komen veranderingen vaak niet goed van de grond, doordat de fasen van verandering niet goed/ niet allemaal zijn doorlopen. De fasen van verandering zorgen ervoor dat de verandering gepland en stap voor stap ingevoerd en gecontroleerd wordt. Belangrijk vind ik dat er aan bij de laatste fase een evaluatiemoment is, waarin men terugkijkt op wat er bereikt is en wat men nog moet bereiken. Het onderwijs staat namelijk niet stil.
Volgens de theorie van Miles (1987) hoor je bij een verandering door drie fasen te gaan om de verandering goed in toe voeren. Deze fasen zijn initiatie, implementatie en internalisatie (Meens, A. 6 juni 2012). Je begint met een idee of een bepaalde verandering die je wilt doorvoeren. Dit idee werk je uit tot een bepaald plan en ontwerp (initiatie). Vervolgens werft en selecteert mensen die bereid zijn om mee te werken aan het onderzoek en maakt hen duidelijk wat de bedoeling is. Ik vind het bijvoorbeeld erg belangrijk dat ik van te voren weet waar ik aan begin: hoe lang duurt het, hoeveel tijd neemt het in beslag, wat ga ik leren of leer ik anderen, wat gebeurd er met de gegevens, etc. Als dit duidelijk is kun je het plan/onderzoek gaan uitvoeren en vervolgens wordt het onderzoek geëvalueerd. Van belang hierbij is om te controleren hoe iedereen te werk is gegaan, zijn de juiste resultaten bereikt. Resultaten van het onderzoek kunnen gebruikt worden bij het echt gaan inzetten van het onderzochte product.
Na een aantal jaar zal een er implementatie plaats vinden. Opnieuw wordt het plan geëvalueerd. Zijn de effecten op lange termijn nog steeds hetzelfde? Moeten we het plan aanpassen of verbeteren? Een verbetering van het plan of het opzetten van een nieuw plan is een volgende actie. De tijd verandert, dus wat voorheen goed werkte, kan nu om een andere aanpak vragen natuurlijk.

Zoals ik in mijn vorige blog over onderwijsinnovaties al aanhaalde, denk ik dat het ontzettend belangrijk is om samen te werken. Samen tot oplossingen en/of nieuwe ideeën komen. In je ééntje kun je een heel eind komen, maar samen kun je nog veel verder komen. Natuurlijk zijn mensen verschillend en daarom is het soms moeilijk om samen te werken. Een ieder heeft een eigen mening of visie op onderwijs en deze verschillende meningen kunnen vaak botsen. Toch is het soms nodig om als schoolteam veranderingen door te voeren en het op bepaalde punten met elkaar eens te worden. Samenwerking is hierbij belangrijk, toch kan samen tot een besluit komen en vooral elkaar begrijpen nog best moeilijk zijn. Taak aan de teamleden van een schoolteam om elkaar te overtuigen. Ik zeg: Laten we onder één hoedje spelen!

De denkhoeden van Bono
Edward de Bono heeft daarom de volgende techniek ontworpen: De Bono Hoeden. De techniek gaat uit van het idee dat mensen vaak geneigd zijn problemen steeds vanuit hetzelfde (eigen) perspectief te benaderen. Door de denkhoeden te gebruiken, word je gedwongen om het probleem ook eens van een andere kant te bekijken. Een denkhoed staat voor een manier van denken. Er zijn zes denkhoeden en iedere kleur symboliseert een andere manier van denken. Je kijk op een situatie hangt dus af van de hoed die je op hebt.
Op de wereld leven verschillende mensen met verschillende meningen en zij dragen verschillende hoeden. Van iedere hoed heb je mensen nodig in een schoolteam. Als je alleen maar mensen hebt met rode hoeden, mensen die vanuit hun intuïtie en gevoel denken en spreken, dan maak je alleen keuzes op basis daarvan. Heb je alleen mensen met zwarte hoeden, dan bekijk je alles vaak vanuit een uiterst negatieve kant en zie je alleen de nadelen van bijvoorbeeld een verandering in.

Door middel van de denkhoeden zul je merken dat het makkelijker wordt om over te schakelen naar een andere manier van denken. Ineens begrijp je de argumenten van je collega’s bijvoorbeeld veel beter. Groot voordeel is ook dat iedereen zich volledig kan concentreren op één ding. Je hoeft je even niet bezig te houden met de andere invalshoeken. Bovendien heeft de techniek een groot strategisch belang. Doordat je een bepaalde pet op zet, kun je dingen denken en zeggen die je anders nooit zou hebben gezegd. Bijvoorbeeld omdat je niemand wilt beledigen of omdat het je positie niet is.

De zes denkhoeden van Edward de Bono worden vaak aangeduid als een creatieve techniek. Toch zie ik de denkhoeden niet alleen als een creatieve techniek, maar ook als een manier om perspectieven te verbreden en respect op te brengen voor elkaar. De hoedentechniek zorgt ervoor dat je je maar met één ding tegelijk bezig hoeft te houden, krijg je een zwarte hoed toegewezen dan komt jouw inbreng voor uit de zwarte hoed. Ook zorgen bijvoorbeeld de witte, rode, gele en blauw hoed er voor dat er tijdens een probleemanalyse feiten op tafel komen. Zij helpen om het probleem of de verandering goed te formuleren. De zwarte en de gele hoed helpen bij het in kaart brengen van de sterke en zwakke punten van een idee.
De Bono-methode met de zes denkhoeden is heel handig om parallel denken te stimuleren. Meerdere perspectieven komen hierdoor sneller op tafel. Dit zal de besluitvorming verbeteren. Doel is vooral je perspectief verbreden en niet alleen door je eigen bril kijken. Begrijpen waarom mensen soms andere keuzes maken en leren met welke argumenten je moet komen om hen te overtuigen (Hogeschool Amsterdam, Kessels en Smit, datum onbekend).

Welke hoed draag ik?
Al tijdens het beantwoorden van de eerste stelling bij minor KLM merkte ik dat mijn mening niet in één hoed past. Ik dacht vanuit verschillende hoeden en kwam met veelzijdige argumenten. Mijn visie is niet blank, mijn visie is gevormd en dat zal ik bij het beargumenteren van mijn mening ook terug laten zien. Ik ben een persoon die vele aspecten en voor- en nadelen afweegt voordat ik een beslissing maak. Ik houd rekening met de gevoelens van anderen, maar heb ook interesse in feiten. Feiten overtuigen mij vaak sneller dan ‘gewone’ argumenten van andere mensen. Ik wilde vaak eerst opbrengsten zien, voordat ik ergens aan zou beginnen. Door de minor heb ik wel geleerd dat het goed is om ook zelf te experimenteren. Succes of mislukking, je kunt leren van fouten en je verder ontwikkelen!
Ik heb ook gemerkt hoe makkelijk het eigenlijk is om vanuit het zwarte perspectief naar veranderingen, vernieuwingen of oplossingen te kijken. Tijdens een casus had ik de zwarte hoed en ik kon met tegenargumenten blijven komen. Soms zette ik zelfs mijn hakken in het zand om gewoon mijn hakken in het zand te zetten en bleef ik kritische vragen stellen, ook al hadden de anderen mij soms al overtuigd. Al denk ik dat dit de anderen juist scherper zette. Mijn tegenargumenten en vragen zorgden ervoor dat de anderen beter na moesten denken over hun ideeën en argumenten om mij te overtuigen. Ik ben van mening dat je die ‘zwarte hoeden’ altijd nodig hebt, ook al doen ze soms verschrikkelijk moeilijk!

Bronnen
Hogeschool van Amsterdam, Kessels en Smit, (datum onbekend) De denkhoeden van de Bono. http://www.cop.hva.nl/artefact-1673-nl.html Bezocht op 7 juni 2012.
Meens, A. (6 juni 2012) College: Veranderingsmanagement.
Scienceprogress.nl, (auteur onbekend), (datum onbekend) Denkhoeden (Bono. http://www.leren.nl/cursus/management/besluiten-nemen/denkhoeden.html Bezocht op 6 juni 2012.
Wikipedia, (27 december 2011) Innovatietheorie van Rogers. http://nl.wikipedia.org/wiki/Innovatietheorie_van_Rogers Bezocht op 6 juni 2012.

Innovatie, hoe gaan we hiermee om?

Standaard

Tijdens de speurtocht naar artikelen over ICT op mijn stageschool, kwam ik een vaktijdschrift tegen, namelijk ‘COS: computers op school’. Dit is een onafhankelijk vaktijdschrift voor eigentijds onderwijs en ict. In het tijdschrift (Jaargang 28 nummer 1, september 2010) las ik een interview van Erno Mijland met Bas van Eekhout. Aanleiding voor het artikel was het feit dat ict volgens velen de langverwachte doorbraak zal maken in het onderwijs. Ict is inmiddels nu wel door velen geaccepteerd als onderdeel van het dagelijkse leven. Leraren, leerlingen, ouders… iedereen gebruikt ICT. Mijn vraag hierbij: hoe gaan we met deze innovatie om?

Bas van Eekhout, directeur van Vereniging van Organisaties voor Ict in het Onderwijs (VOIO), vertelt in het artikel dat er voor implementatie van ict in het onderwijs, een goede samenwerking tussen branche en onderwijs nodig is. Bas vertelt dat deze samenwerking echt noodzakelijk is, ook al zijn sommige leerkrachten hartstikke enthousiast over hun digibord. En daarin geef ik Bas gelijk. Als je goed kijkt, zie je dat veel leerkrachten het digibord enkel gebruiken als vervanging voor het traditionele krijtbord.
In termen: nieuwe technologie/media wordt met oude paradigma’s benaderd. Er zit niet altijd een visie achter het gebruik van technologische middelen, terwijl het juist daarmee zou moeten beginnen. Hoe wordt er op school gedacht over ICT-gebruik en waar wil men naar toe in relatie tot de visie van de school?
Zo lees ik in veel visies van scholen terug dat men steeds vaker het kind centraal wil stellen. Dat is een visie waar je op aan moet sluiten en ict gaat daarbij steeds een crucialere rol in spelen. En dan moet er niet gedacht worden aan het traditionele onderwijs met 3 computers achter in een klas, zoals ik nu vaak tegenkom op stagescholen. Ook gaat het er niet om om de nieuwste ict-tools en snufjes in de klas te hebben.
Het gaat er juist om wat je er mee doet, hoe je het implementeert, hoe het een meerwaarde biedt voor jouw onderwijs en hoe het uiteindelijk de ontwikkeling van een kind ten goede komt!

Bas vertelt ook over de vraag naar bruggenbouwers. We hebben proffesionals nodig die de onderwijswereld en de wereld van de leveranciers kennen, de taal spreken en wensen en mogelijkheden in twee richtingen kunnen vertalen. Hen wil de VIVO gaan faciliteren, bijvoorbeeld door hen te betrekken bij presentaties op scholen. De branches moeten over hun eigen schaduw heenstappen en de commerciële kant opzij zetten. Het competentie-element tussen de betrokken bedrijven kan belemmerd zijn, zij hebben elkaar juist nodig als ze het onderwijs willen overtuigen van de inhoudelijke meerwaarde van ict. (Erno Mijland, september 2010)
Ik moet zeggen dat ik me heel goed kan vinden in de informatie die Bas verteld. Ook bij minor KLM komen verschillende bedrijven ons vertellen over hun producten. Opvallend is dat ze vooral een commercieel praatje houden om ons ervan te overtuigen producten te kopen. Helaas trappen wij hier niet zo snel meer in. We hebben geleerd kritische vragen te stellen en te vragen naar de meerwaarde van de producten voor het onderwijs.
De bedrijven moeten naar mijn mening hun verhaal veranderen: het gaat basisscholen niet om de mooiste tool, de laagste prijs of het snelste netwerk. Het gaat er hen juist om wat je met de producten en diensten kunt bereiken. Men moet scholen vragen naar wat ze nodig hebben om nog beter onderwijs te geven. De school moet daardoor uitgedaagd worden om bij zichzelf te rade te gaan. Het ‘op maat’ aanbieden van producten en diensten dat uiteindelijk zorgt voor een meerwaarde voor kinderen, leerkrachten en bedrijven, daar willen we toch naar toe?!

Bronnen
Mijland, E. (datum onbekend) Alles kan altijd beter. Weblog van kennisondernemer Erno Mijland http://www.ernomijland.com/ Bezocht op 4 juni 2012
Mijland, E. (september 2010), Computers op School,‘Maak het profijt van ict inzichtelijk’ (p. 8,9) Jaargang 28 nummer 1
Voio.nl, Eekhout, B., van, (2010) Over VOIO. http://www.voio.nl/contact Bezocht op 4 juni 2012

Groove wat?

Standaard

Een andere methode die bij het gastcollege van Jorrit den Ouden op 24 mei 2012 voorbij kwam en me erg aansprak is ‘Groove me’. Een sinds februari gelanceerde methode waar nu op verschillende scholen mee geëxperimenteerd wordt. Er zijn op dit moment 3500 proeflicenties, interesse genoeg dus! Er komen drie aspecten samen: Engels, muziek en bewegen. Dit stimuleert kinderen. Bekende popsongs en eigentijdse hits in hun oorspronkelijke uitvoering de basis vormen van alle lessen. Muziek die kinderen kennen van internet, radio en televisie, de methode is dus erg actueel en blijft zichzelf vernieuwen. Aan de hand van muziek leren de kinderen Engels spreken. Zo leren de kinderen bijvoorbeeld over familie door middel van het liedje ‘Father en son’. De woorden die de kinderen leren komen allemaal voor in het liedje. Omdat deze muziek kinderen aanspreekt, motiveert en zelfvertrouwen geeft, leren kinderen met Groove.me sneller en beter Engels.
De methode is gemaakt in samenwerking met Gynzy en dat kun je gelijk zien. De leeromgeving is kind- en gebruiksvriendelijk. Er staan alleen knoppen waar je iets aan hebt en het is gelijk duidelijk wat er van de leerling verwacht wordt.

Wat me het meeste aanspreekt aan de methode is het Engels leren zingen door middel van muziek. De kinderen worden intrinsiek gemotiveerd om te leren. Met de hele klas zingen in het Engels en tegelijkertijd leren, wie wil dat nu niet?
Er is zelfs door meerdere onderzoeken bewezen dat je een taal het beste kunt leren met behulp van muziek en zang. Zo wordt door BPS Research Digest in de mei-editie 2008 van PSYCHOLOGIES Magazine het volgende gezegd: “The answer to the age old question of learning a language, “might lie in a song…The researchers concluded that we find it easier to remember words if they’re set to music, partly because it’s more emotionally engaging, but also because the words are structured in a way that makes it easier for us to ‘segment’ the information and store it in our memories”.

Ook uit deze link blijkt dat muziek inderdaad een goed hulpmiddel is om Engels aan te leren. Zo pikken kinderen snel de woorden die in de liedjes gebruikt worden op en kunnen ze de woorden beter onthouden. Muziek helpt de kinderen woorden te leren die ze vervolgens ook in andere contexten kunnen gebruiken. Ook blijkt dat muziek en liedjes een effectief hulpmiddel zijn om liedjes aan te leren. Het is zelfs zo dat leerlingen de taal beter leren begrijpen. Je leert dit het beste door de songtekst van de liedjes die je luistert erbij te pakken en deze te zingen of te lezen zoals de artiest dit ook doet. Je oefent dan het Engels lezen, luisteren en spreken/zingen tegelijk!

Ik zie vele voordelen bij de methode Groove Me. Onbewust leren de kinderen Engels. Ze luisteren en zingen mee met hun favoriete muziek op school, maar ook thuis. Het ‘nieuwe geleerde’ zetten de kinderen niet zomaar uit, vaak staat de muziek thuis, bij vrienden etc. aan. Ongemerkt slijpt hierdoor het geleerde dieper in, bewust of onbewust.
Ik vind het geweldig om te zien hoe kinderen op een hele andere manier geprikkeld worden om te leren. De prikkeling sluit aan bij hun belevingswereld, nieuwsgierigheid en emotie.Er is zelfs uit wetenschappelijk onderzoek gebleken dat kinderen informatie beter opslaan wanneer er emotie optreedt in het proces. Dit komt doordat er bij emotie een stof en werking in de hersenen ontstaat waardoor de informatie beter wordt opgeslagen. Emoties worden door professor Jolles daarom ook wel de motoren van herinnering genoemd. De hen aansprekende muziek uit groove.me bevordert de emotionele prikkel bij kinderen in de Engelse les, waardoor de aangeboden en behandelde Engelse taal ook beter zal beklijven (Borgiers, R. 21 maart 2012)

Ik vind het wel jammer dat de lessen nu alleen nog maar beschikbaar zijn voor het digibord. Dit zorgt ervoor dat de lessen altijd klassikaal gegeven moeten worden. Mijn ervaring leert dat Engels niet alleen klassikaal aangeboden moet worden, maar dat er ook interactie tussen de leerlingen in kleine groepjes plaats moet vinden. Kinderen vinden het niet altijd fijn om Engels te moeten praten voor de hele klas.
Een ander nadeel dat voor mij nu nog speelt de werkbladen voor de kinderen uitgeprint moeten worden. Het interactieve van deze methode vervalt hier dus voor een deel. Gelukkig wordt er gewerkt aan versies voor de Ipad en andere devices om kinderen ook na het klassikale deel interactiever aan de slag te laten gaan. De methode is nu beschikbaar vanaf groep 5. Men is bezig met versie die vanaf groep 1 beschikbaar zullen zijn.

Bronnen
Ouden, den, J. (24 mei 2012), Gastcollege ´De Roode Kikker´
YouTube.com (1 maart 2012) Groove.me: Engels leren door muziek – lange versie http://www.youtube.com/watch?v=1Pck5paDNeE Bezocht op 25 mei 2012
BPS Research Digest (mei 2008) Learn English with Music http://www.helping-you-learn-english.com/learn-english-with-music.html Bezocht op 25 mei 2012
(auteur onbekend) (2 mei 2011) 5 ways Music can help your English learners http://www.imaginelearning.com/blog/index.php/2011/05/5-ways-music-can-help-your-english-learners/ Bezocht op 25 mei 2012
Borgier, R. (21 maart 2012) Groove. me (http://www.heutink-ict.nl/HeutinkICT/Kennisportal/Blogs/art/200/grooveme Bezocht op 25 mei 2012

De Roode Kikker en Nieuwsbegrip XL

Standaard

Veel methodes worden voor 8 jaar ontwikkeld en het ontwikkelen van deze methodes neemt ongeveer 3 jaar in beslag. Sommige scholen beginnen pas drie jaar na het ontwikkelen van de methode met de methode, zij stromen dus half in. Maar de informatie uit de methode is al weer drie jaar oud. Hoe kun je dan bijblijven bij de belevingswereld van kinderen? Net als de wereld, verandert ook de belevingswereld van de kinderen. Oude methodes zijn snel niet meer actueel en dit zorgt er vaak voor dat de kinderen minder betrokken zijn. ´De Roode Kikker’ nam de uitdaging aan om een methode te ontwikkelen die wel bij de belevingswereld van de kinderen aan sluit. De methode moet volgens Jorrit den Ouden, spreker bij ons gastcollege, actueel, activerend en aantrekkelijk (door gebruik van bijvoorbeeld YouTube-filmpjes etc.) zijn.
Daarom heeft ´De Roode Kikker´ een online ELO / omgevingsgestuurd net ontwikkeld waarop verschillende apps te vinden zijn, zoals: WebComic, Blog, EduTweet, Forum, Teleblik, Lezen, Mediawijsheid en Rekenen.
Zo kom je via de app ´Lezen´ bij begrijpend lezen. Bij de inleiding van een les begrijpend lezen wordt de voorkennis van de kinderen geactiveerd door middel van plaatjes over het onderwerp van de tekst. Na het lezen van de uiteindelijke tekst, wordt er een woordweb gemaakt. Ook wordt er bij iedere les leeshulp gegeven. Daarnaast worden de opdracht door de kinderen op de computer uitgevoerd.



Ook is er bij het ontwikkelen van de methode ‘De Roode Kikker’ gedacht aan de leerkracht. Hierbij staan de volgende aspecten centraal: Eenvoudig, efficiënt en eigentijds. Er zijn leerlingadministratiesystemen. Aan het begin van het schooljaar plannen de leraren de lessen in en hoeven vervolgens niet meer in de omgeving te komen. Ze krijgen de lessen per e-mail gestuurd. Voordeel dat niet steeds de inlognamen en wachtwoorden onthouden moeten worden.
Wel aan de leerkracht de taak om de lessen goed voor te bereiden. Eerst was het zo dat je de methode van binnen en buiten kende, maar nu krijg je ieder jaar een andere les en worden lessen steeds aangepast. Je geeft dus niet vijf jaar lang dezelfde lessen aan dezelfde groep, een voordeel wat mij betreft. Het onderwijs dat je geeft blijft actueel en wat mij betreft moet je daar als leerkracht ook wat voor over hebben.
Daarnaast kunnen docenten hun eigen lessen ontwerpen of de eerder ontworpen les zelfs aanpassen. Je hoeft dus niet altijd gebruik te maken van de standaardlessen van de uitgever, maar kunt de lessen aanpassen aan het niveau van de kinderen in je klas. De uitgever werkt de lessen al uit op drie niveau’s, maar mocht het nodig zijn kun je de lessen dus aanpassen.

‘De Roode Kikker’ geeft aan niet zo’n methode als ‘Nieuwsbegrip XL’ te willen worden. Ze geven toe dat Nieuwsbegrip actueler is met de onderwerpen, maar dat er vaak krantenartikele over oorlog etc. worden gebruikt, omdat deze gebeurtenissen nu eenmaal actueel zijn. ‘De Roode Kikker’ vind niet al die berichten geschikt voor kinderen. Daarnaast blijft het bij ‘Nieuwsbegrip’ vaak bij krantenberichten, dus bij het geschreven woord. Volgens de Roode Kikker moeten naast leesvaardigheden, ook kijkvaardigheden ontwikkeld worden bijvoorbeeld door het bekijken van filmpjes. Ook wordt social media door de Roode Kikker ingezet en gebruikt om de kinderen vaardiger te maken in begrijpend lezen.
Een goed idee wat mij betreft, social media neemt steeds een grotere rol in in de samenleving. Belangrijk dus dat kinderen weten hoe ze een blog of twitterbericht moeten lezen en/of interpreteren. Moet er een samenvatting gemaakt worden, dan wordt dat soms in een twitterbericht en een andere keer wordt er een blogbericht geschreven.

Toch denk ik dat ‘Nieuwsbegrip XL’ qua actualiteit beter scoort. De artikelen die zij gebruiken komen echt uit het actuele nieuws. De artikelen van ‘De Roode Kikker’ zijn wel actueel, maar komen (vaak) niet uit het nieuws. Het zijn wel onderwerpen die kinderen aanspreken, maar het kan voorkomen dat de kinderen en nog niet van hebben gehoord. Bij De Roode Kikker komen artikelen van nu pas twee weken later in het programma. ‘Nieuwsbegrip XL’ speelt echt in op de belevingswereld van de kinderen hier en nu. Kinderen gaan aan de slag met nieuws dat wat net de wereld in is, actueler kan bijna niet!

Bij allebei de methodes is er ruimte voor de leerkracht om de kinderen te volgen in hun ontwikkeling. De leerkracht kan zien wat er wel of niet gedaan is door de kinderen en kan zien waar er nog hulp nodig is. Al wordt er door de programma’s zelf veel hulp geboden, de leerkracht kan hier nog steeds een goede bijdrage leveren.
Wel merk ik dat ook de methode ‘Nieuwsbegrip XL’ niet altijd écht interactief gebruikt wordt. Op mijn oude stageschool werden de ‘werkbladen’ altijd uitgeprint en werd er niet in de omgeving van Nieuwsbegrip gewerkt. Daarnaast kunnen de kinderen bij Nieuwsbegrip XL een eigen magazine maken, waarin tekst, foto’s, polls etc. in verwerkt kunnen worden. Ik weet nu na het zien van de omgevingen van onder andere Nieuwsbegrip XL en ‘De Roode Kikker’ dat scholen die op deze manier te werk gaan een kans missen. In de omgeving van de methode worden naast de opdrachten namelijk ook spelletjes en oefeningen aangeboden om de kinderen vaardiger te maken in begrijpend lezen.

Bronnen:
Jorrit den Ouden (24 mei 2012), Gastcollege ‘De Roode Kikker’
De Roode kikker (datum onbekend), http://deroodekikker.nl/website/ Bezocht op 24 mei 2012
Nieuwsbegrip (datum onbekend), http://www.nieuwsbegrip.nl/nieuwsbegrip.htm Bezocht op 24 mei 2012