Gooien we er met de pet naar of hebben we er een hoge hoed van op?

Standaard

´Times are changing…`

Dat de tijd en de wereld om ons heen veranderen, dat zien we allemaal. Ook het onderwijs verandert continu. Dit is altijd zo geweest en zal ook altijd zo blijven. Enkele van deze veranderingen kunnen echter behoorlijk ingrijpend zijn, hoe gaan we hiermee om?
Wat mij betreft worden veranderingen vaak te snel doorgevoerd en denkt men van te voren niet goed na over de gevolgen en de uitvoerwijze van de verandering. Belangrijk is om aan de betrokkenen duidelijk te maken wat er gaat veranderen en op welke manier dit gebeurd. Voer de verandering in kleine stappen door, dan voelt de verandering niet richoreus. Ook Aukje Meens liet ons bij minor KLM (6 juni 2012) inzien dat je met geplande veranderingen meer mensen kunt bereiken. Als je nu zegt dat je over twee uur een verandering wilt doorvoeren, zullen vaak alleen de innovators en misschien een aantal early adopters de boeg in één keer om willen gooien. Dit komt omdat bijvoorbeeld de innovators altijd op zoek zijn naar iets nieuws. De mensen die onder de laggards en de late majority vallen, zul je nooit in deze verandering mee kunnen nemen. Zij zullen de hakken in het zand zetten, omdat zij het liever bij het oude willen houden. Zij vinden dat alles nu perfect gaat en zien de meerwaarde niet in van de verandering. Door stapsgewijs een verandering in te voeren, hoeven de laggards geen hele grote verandering in één keer te maken en zal de verandering voor hen geleidelijker verlopen.


Wikipedia, (27 december 2011)

Daarnaast komen veranderingen vaak niet goed van de grond, doordat de fasen van verandering niet goed/ niet allemaal zijn doorlopen. De fasen van verandering zorgen ervoor dat de verandering gepland en stap voor stap ingevoerd en gecontroleerd wordt. Belangrijk vind ik dat er aan bij de laatste fase een evaluatiemoment is, waarin men terugkijkt op wat er bereikt is en wat men nog moet bereiken. Het onderwijs staat namelijk niet stil.
Volgens de theorie van Miles (1987) hoor je bij een verandering door drie fasen te gaan om de verandering goed in toe voeren. Deze fasen zijn initiatie, implementatie en internalisatie (Meens, A. 6 juni 2012). Je begint met een idee of een bepaalde verandering die je wilt doorvoeren. Dit idee werk je uit tot een bepaald plan en ontwerp (initiatie). Vervolgens werft en selecteert mensen die bereid zijn om mee te werken aan het onderzoek en maakt hen duidelijk wat de bedoeling is. Ik vind het bijvoorbeeld erg belangrijk dat ik van te voren weet waar ik aan begin: hoe lang duurt het, hoeveel tijd neemt het in beslag, wat ga ik leren of leer ik anderen, wat gebeurd er met de gegevens, etc. Als dit duidelijk is kun je het plan/onderzoek gaan uitvoeren en vervolgens wordt het onderzoek geëvalueerd. Van belang hierbij is om te controleren hoe iedereen te werk is gegaan, zijn de juiste resultaten bereikt. Resultaten van het onderzoek kunnen gebruikt worden bij het echt gaan inzetten van het onderzochte product.
Na een aantal jaar zal een er implementatie plaats vinden. Opnieuw wordt het plan geëvalueerd. Zijn de effecten op lange termijn nog steeds hetzelfde? Moeten we het plan aanpassen of verbeteren? Een verbetering van het plan of het opzetten van een nieuw plan is een volgende actie. De tijd verandert, dus wat voorheen goed werkte, kan nu om een andere aanpak vragen natuurlijk.

Zoals ik in mijn vorige blog over onderwijsinnovaties al aanhaalde, denk ik dat het ontzettend belangrijk is om samen te werken. Samen tot oplossingen en/of nieuwe ideeën komen. In je ééntje kun je een heel eind komen, maar samen kun je nog veel verder komen. Natuurlijk zijn mensen verschillend en daarom is het soms moeilijk om samen te werken. Een ieder heeft een eigen mening of visie op onderwijs en deze verschillende meningen kunnen vaak botsen. Toch is het soms nodig om als schoolteam veranderingen door te voeren en het op bepaalde punten met elkaar eens te worden. Samenwerking is hierbij belangrijk, toch kan samen tot een besluit komen en vooral elkaar begrijpen nog best moeilijk zijn. Taak aan de teamleden van een schoolteam om elkaar te overtuigen. Ik zeg: Laten we onder één hoedje spelen!

De denkhoeden van Bono
Edward de Bono heeft daarom de volgende techniek ontworpen: De Bono Hoeden. De techniek gaat uit van het idee dat mensen vaak geneigd zijn problemen steeds vanuit hetzelfde (eigen) perspectief te benaderen. Door de denkhoeden te gebruiken, word je gedwongen om het probleem ook eens van een andere kant te bekijken. Een denkhoed staat voor een manier van denken. Er zijn zes denkhoeden en iedere kleur symboliseert een andere manier van denken. Je kijk op een situatie hangt dus af van de hoed die je op hebt.
Op de wereld leven verschillende mensen met verschillende meningen en zij dragen verschillende hoeden. Van iedere hoed heb je mensen nodig in een schoolteam. Als je alleen maar mensen hebt met rode hoeden, mensen die vanuit hun intuïtie en gevoel denken en spreken, dan maak je alleen keuzes op basis daarvan. Heb je alleen mensen met zwarte hoeden, dan bekijk je alles vaak vanuit een uiterst negatieve kant en zie je alleen de nadelen van bijvoorbeeld een verandering in.

Door middel van de denkhoeden zul je merken dat het makkelijker wordt om over te schakelen naar een andere manier van denken. Ineens begrijp je de argumenten van je collega’s bijvoorbeeld veel beter. Groot voordeel is ook dat iedereen zich volledig kan concentreren op één ding. Je hoeft je even niet bezig te houden met de andere invalshoeken. Bovendien heeft de techniek een groot strategisch belang. Doordat je een bepaalde pet op zet, kun je dingen denken en zeggen die je anders nooit zou hebben gezegd. Bijvoorbeeld omdat je niemand wilt beledigen of omdat het je positie niet is.

De zes denkhoeden van Edward de Bono worden vaak aangeduid als een creatieve techniek. Toch zie ik de denkhoeden niet alleen als een creatieve techniek, maar ook als een manier om perspectieven te verbreden en respect op te brengen voor elkaar. De hoedentechniek zorgt ervoor dat je je maar met één ding tegelijk bezig hoeft te houden, krijg je een zwarte hoed toegewezen dan komt jouw inbreng voor uit de zwarte hoed. Ook zorgen bijvoorbeeld de witte, rode, gele en blauw hoed er voor dat er tijdens een probleemanalyse feiten op tafel komen. Zij helpen om het probleem of de verandering goed te formuleren. De zwarte en de gele hoed helpen bij het in kaart brengen van de sterke en zwakke punten van een idee.
De Bono-methode met de zes denkhoeden is heel handig om parallel denken te stimuleren. Meerdere perspectieven komen hierdoor sneller op tafel. Dit zal de besluitvorming verbeteren. Doel is vooral je perspectief verbreden en niet alleen door je eigen bril kijken. Begrijpen waarom mensen soms andere keuzes maken en leren met welke argumenten je moet komen om hen te overtuigen (Hogeschool Amsterdam, Kessels en Smit, datum onbekend).

Welke hoed draag ik?
Al tijdens het beantwoorden van de eerste stelling bij minor KLM merkte ik dat mijn mening niet in één hoed past. Ik dacht vanuit verschillende hoeden en kwam met veelzijdige argumenten. Mijn visie is niet blank, mijn visie is gevormd en dat zal ik bij het beargumenteren van mijn mening ook terug laten zien. Ik ben een persoon die vele aspecten en voor- en nadelen afweegt voordat ik een beslissing maak. Ik houd rekening met de gevoelens van anderen, maar heb ook interesse in feiten. Feiten overtuigen mij vaak sneller dan ‘gewone’ argumenten van andere mensen. Ik wilde vaak eerst opbrengsten zien, voordat ik ergens aan zou beginnen. Door de minor heb ik wel geleerd dat het goed is om ook zelf te experimenteren. Succes of mislukking, je kunt leren van fouten en je verder ontwikkelen!
Ik heb ook gemerkt hoe makkelijk het eigenlijk is om vanuit het zwarte perspectief naar veranderingen, vernieuwingen of oplossingen te kijken. Tijdens een casus had ik de zwarte hoed en ik kon met tegenargumenten blijven komen. Soms zette ik zelfs mijn hakken in het zand om gewoon mijn hakken in het zand te zetten en bleef ik kritische vragen stellen, ook al hadden de anderen mij soms al overtuigd. Al denk ik dat dit de anderen juist scherper zette. Mijn tegenargumenten en vragen zorgden ervoor dat de anderen beter na moesten denken over hun ideeën en argumenten om mij te overtuigen. Ik ben van mening dat je die ‘zwarte hoeden’ altijd nodig hebt, ook al doen ze soms verschrikkelijk moeilijk!

Bronnen
Hogeschool van Amsterdam, Kessels en Smit, (datum onbekend) De denkhoeden van de Bono. http://www.cop.hva.nl/artefact-1673-nl.html Bezocht op 7 juni 2012.
Meens, A. (6 juni 2012) College: Veranderingsmanagement.
Scienceprogress.nl, (auteur onbekend), (datum onbekend) Denkhoeden (Bono. http://www.leren.nl/cursus/management/besluiten-nemen/denkhoeden.html Bezocht op 6 juni 2012.
Wikipedia, (27 december 2011) Innovatietheorie van Rogers. http://nl.wikipedia.org/wiki/Innovatietheorie_van_Rogers Bezocht op 6 juni 2012.

Advertenties

Innovatie, hoe gaan we hiermee om?

Standaard

Tijdens de speurtocht naar artikelen over ICT op mijn stageschool, kwam ik een vaktijdschrift tegen, namelijk ‘COS: computers op school’. Dit is een onafhankelijk vaktijdschrift voor eigentijds onderwijs en ict. In het tijdschrift (Jaargang 28 nummer 1, september 2010) las ik een interview van Erno Mijland met Bas van Eekhout. Aanleiding voor het artikel was het feit dat ict volgens velen de langverwachte doorbraak zal maken in het onderwijs. Ict is inmiddels nu wel door velen geaccepteerd als onderdeel van het dagelijkse leven. Leraren, leerlingen, ouders… iedereen gebruikt ICT. Mijn vraag hierbij: hoe gaan we met deze innovatie om?

Bas van Eekhout, directeur van Vereniging van Organisaties voor Ict in het Onderwijs (VOIO), vertelt in het artikel dat er voor implementatie van ict in het onderwijs, een goede samenwerking tussen branche en onderwijs nodig is. Bas vertelt dat deze samenwerking echt noodzakelijk is, ook al zijn sommige leerkrachten hartstikke enthousiast over hun digibord. En daarin geef ik Bas gelijk. Als je goed kijkt, zie je dat veel leerkrachten het digibord enkel gebruiken als vervanging voor het traditionele krijtbord.
In termen: nieuwe technologie/media wordt met oude paradigma’s benaderd. Er zit niet altijd een visie achter het gebruik van technologische middelen, terwijl het juist daarmee zou moeten beginnen. Hoe wordt er op school gedacht over ICT-gebruik en waar wil men naar toe in relatie tot de visie van de school?
Zo lees ik in veel visies van scholen terug dat men steeds vaker het kind centraal wil stellen. Dat is een visie waar je op aan moet sluiten en ict gaat daarbij steeds een crucialere rol in spelen. En dan moet er niet gedacht worden aan het traditionele onderwijs met 3 computers achter in een klas, zoals ik nu vaak tegenkom op stagescholen. Ook gaat het er niet om om de nieuwste ict-tools en snufjes in de klas te hebben.
Het gaat er juist om wat je er mee doet, hoe je het implementeert, hoe het een meerwaarde biedt voor jouw onderwijs en hoe het uiteindelijk de ontwikkeling van een kind ten goede komt!

Bas vertelt ook over de vraag naar bruggenbouwers. We hebben proffesionals nodig die de onderwijswereld en de wereld van de leveranciers kennen, de taal spreken en wensen en mogelijkheden in twee richtingen kunnen vertalen. Hen wil de VIVO gaan faciliteren, bijvoorbeeld door hen te betrekken bij presentaties op scholen. De branches moeten over hun eigen schaduw heenstappen en de commerciële kant opzij zetten. Het competentie-element tussen de betrokken bedrijven kan belemmerd zijn, zij hebben elkaar juist nodig als ze het onderwijs willen overtuigen van de inhoudelijke meerwaarde van ict. (Erno Mijland, september 2010)
Ik moet zeggen dat ik me heel goed kan vinden in de informatie die Bas verteld. Ook bij minor KLM komen verschillende bedrijven ons vertellen over hun producten. Opvallend is dat ze vooral een commercieel praatje houden om ons ervan te overtuigen producten te kopen. Helaas trappen wij hier niet zo snel meer in. We hebben geleerd kritische vragen te stellen en te vragen naar de meerwaarde van de producten voor het onderwijs.
De bedrijven moeten naar mijn mening hun verhaal veranderen: het gaat basisscholen niet om de mooiste tool, de laagste prijs of het snelste netwerk. Het gaat er hen juist om wat je met de producten en diensten kunt bereiken. Men moet scholen vragen naar wat ze nodig hebben om nog beter onderwijs te geven. De school moet daardoor uitgedaagd worden om bij zichzelf te rade te gaan. Het ‘op maat’ aanbieden van producten en diensten dat uiteindelijk zorgt voor een meerwaarde voor kinderen, leerkrachten en bedrijven, daar willen we toch naar toe?!

Bronnen
Mijland, E. (datum onbekend) Alles kan altijd beter. Weblog van kennisondernemer Erno Mijland http://www.ernomijland.com/ Bezocht op 4 juni 2012
Mijland, E. (september 2010), Computers op School,‘Maak het profijt van ict inzichtelijk’ (p. 8,9) Jaargang 28 nummer 1
Voio.nl, Eekhout, B., van, (2010) Over VOIO. http://www.voio.nl/contact Bezocht op 4 juni 2012

Kidblog! Happy blogging?

Standaard

Voor mijn onderzoek ben ik op zoek gegaan naar verschillende blogs die geschikt zijn voor het onderwijs. In dit blogbericht zal ik één van de tool verder uitlichten. Tijdens mijn zoektocht kwam ik het blogprogramma ‘Kidblog.com’ tegen. Deze pagina is speciaal ontworpen voor kinderen en gebruik in het onderwijs. Volgens de website van Kidblog zijn de blogs ‘safe and simple’ voor leerkrachten en studenten.

Ik heb gekeken of deze pagina bruikbaar zou zijn voor mijn stageklas, groep 3. Ik heb hiervoor de website van de site bekeken en een proefaccount aangemaakt speciaal voor de kinderen van groep 3. Samen heb ik met hen gekeken of we deze pagina kunnen gebruiken voor onze blog.

Wat willen wij?
– Een groepsblog/groepspagina, geen individuele blogs
– Een reclame-vrije pagina
– Een blogpagina speciaal voor kinderen
– Gebruiksvriendelijk programma
– Gratis aanmelden en gebruiken
– Veilige blog en een blog die je kunt beveiligen
– Lay-out verfraaien of aanpassen
– Filmpjes en/of video’s toe kunnen voegen

Wat is Kidblog?
Kidblog is een blogpagina die gebouwd is door leerkrachten voor leerkrachten, zo kunnen de leerlingen nog meer uit het bloggen halen. Kidblog biedt een veilig en simpel blogplatform dat gebruikt kan worden in het primair en voortgezet onderwijs. Daarnaast heeft deze blogpagina in vergelijking met andere blogpagina’s, zoals Blogger, Edublogs en WordPress.com, een extra functie voor de leerkrachten: Kidblog geeft leerkrachten de mogelijkheid om alle gepubliseerde activiteiten (vooraf) te controleren en/of te wijzigen in de ‘classroom comminity’. (The Kidblog Development Team, datum onbekend)

Alle beheerfuncties op een rij:
– Je maakt gebruikers aan. Een gebruiker kan docent zijn, leerling, gast, groepsleider of beheerder,
– Je kunt groepen aanmaken. Een leerling die wordt toegevoegd aan een groep, kan per post kiezen of
hij publiceert in die groep of niet. Op die manier kan je posts van verschillende leerlingen over
één onderwerp bij elkaar houden (bijv. posts over boeken die de kinderen hebben gelezen of over
games die ze hebben gespeeld, over een thema dat behandeld wordt in een bepaalde periode enz.),
– Je kunt zien welke blogposts en commentaren recent geschreven zijn,
– Je kunt de posts van je leerlingen bekijken, bewerken of weggooien,
– Je kunt de commentaren op de blogposts bekijken, bewerken of weggooien,
– Je kunt bepalen wie de blogs die gemaakt zijn door je leerlingen mag lezen: iedereen, leerlingen
van de klas en gasten die een inlog-account hebben gekregen, alleen leerlingen of alleen de
docent
– Je kunt bepalen wie een reactie mag geven op de blogs van je leerlingen,
– Je bepaalt of de docent altijd eerst een commentaar moet goedkeuren voordat die online verschijnt
of niet.
(Berg, M., van de, 3 maart 2010)

De leerkracht heef dus de controle over de blog. Hij bepaalt wat er wel of niet op de blog geplaatst wordt en heeft de mogelijkheid om alle berichten vooraf te lezen.Daarnaast kunnen (rare) reacties verwijderd worden. Een handige functie wat mij betreft, maar ik vraag me wel af of de blog dan nog echt van de leerlingen is? Kunnen kinderen dan nog wel creatief zijn of eigen ideeën op hun blog kwijt? Er zullen altijd kinderen zijn die niet goed nadenken over de informatie die ze op de blog plaatsen, maar ik denk dat je als leerkracht behalve een controlerende functie, hier juist een informerende functie moet aannemen. Leer kinderen van te voren goed welke informatie er op de blog geplaatst mag worden en leer hen mediabewuster worden. Dan hoef je kinderen niet steeds te controleren. Daarnaast vind ik dat kinderen soms van hun ‘fouten’ moeten leren, experimenteren hoort er bij!
Bij Kidblog staat veiligheid voorop. Je kunt er als leerkracht voor kiezen om één of meerdere blogs te beveiligen zodat deze alleen voor bepaalde mensen te lezen zijn, zoals bijvoorbeeld alleen door klasgenoten en de leerkracht. Je kunt ouders de beschikking geven over de inlognaam en wachtwoord van een gastaccount, zo kunnen zij de blogs en reacties bekijken of zelf een reactie plaatsen. Wel blijft de leerkracht dus de controle over de blog houden.
Helaas denk ik wel dat je op deze manier de communicatie vooral intern houdt, terwijl juist het echt naar buiten brengen van informatie voor meer communicatie en nieuwe inzichten kan zorgen. Zo heb ik ook ervaren met Twitter. Door actief jouw mening, constateringen of gevonden informatie de ‘wereld in te werpen’, ontvang je zelf nieuwe of andere informatie en krijg je volgers. Door informatie te delen kom je verder. Ik vind zelf dat je niet aan bloggen moet beginnen als je de informatie niet openbaar wilt zetten. Anders kun je niet zo goed je verhalen tegen familie of vrienden vertellen, dan blijft de informatie binnen een bepaalde kring. Het internet is nu eenmaal openbaar, dus delen staat voor mij voorop! Het ligt er wel aan welk doel je met de blog wilt bereiken natuurlijk, wil je huiswerk delen met de kinderen, dan hebben anderen geen behoefte aan deze informatie.

Verder is Kidblog reclamevrij. Belangrijk voor mijn stageschool en belangrijk voor mij. Kinderen komen via het internet vaak in contact met rare reclame’s die gepubliceerd worden op verschillende websites. Ik zou het vervelend vinden als er rare ‘niet-kindvriendelijke’ reclames voorbij zouden komen, dus kies ik er samen met mijn stageschool voor om de kinderen niet bloot te stellen aan reclames.
Kidblog geeft ieder kind in de klas een eigen pagina. Voordeel hiervan is dat de kinderen zich verantwoordelijk leren voelen voor hun eigen pagina.


YouTube.com, eduTeacher, 16 mei 2010)

Voordelen voor groep 3
– Veel beheerfuncties voor de leerkracht
– Kidblog verzamelt geen persoonlijke informatie van leerkrachten en leerlingen
– Je kunt de pagina beveiligen
– Je kunt gratis je eigen klas maken in 20 seconden
– Er kunnen filmpjes, etc. geplaatst worden
– Je kunt de pagina aanpassen naar eigen voorkeur
– Reclamevrij
– Gebruiksvriendelijk voor kinderen: eenvoudige paginaindeling en menu’s

Nadelen voor groep 3
– Het programma is in het Engels
– Meer geschikt voor individuele pagina van kinderen. Wel zouden we er voor kunnen kiezen op in
plaats van een klas een school aan te maken. De verschillende leerlingaccounts zouden dan
klassenaccounts kunnen worden
– Meer werk voor de leerkracht door de beheerfuncties
– Door alle beheerfuncties van de leerkracht, kan de creativiteit van kinderen soms niet goed tot
uiting komen
– De kinderen vinden het ook niet snel duidelijk waar je op moet klikken

Past Kidblog.com bij mijn visie op onderwijs?
Blogs zijn zeker in te zetten in het onderwijs. Door te bloggen leren kinderen verworven kennis en eigen vaardigheden te beschrijven en te delen met anderen. Anderen laten zien wat je geleerd hebt is wat ik belangrijk vind. Als je anderen niet kunt uitleggen wat je geleerd hebt, wat heb je dan geleerd?
Ook vind ik het belangrijk dat kinderen zich verantwoordelijk leren voelen voor hun eigen handelen. Kinderen moeten nagaan wat ze op een blog willen zetten en welke informatie hier wel of niet geschikt voor is. Ze moeten kunnen verantwoorden waarom ze iets op het internet zetten, het is namelijk voor iedereen leesbaar. Daarnaast vraagt een blog om meerdere bijdragen, ook hier speelt de zelfstandigheid en verantwoordelijk van kinderen een rol.

Bronnen:
Berg, M., van de,(3 maart 2010) Bloggen op de basisschool. http://ict-en-onderwijs.blogspot.nl/2010/03/bloggen-op-de-basisschool.html Bezocht op 1 juni 2012.The Kidblog Development Team, (datum onbekend) About Kidblog. http://kidblog.org/about.php Bezocht op 1 juni 2012.
YouTube.com, eduTeacher (16 mei 2010) Kid Blog. http://www.youtube.com/watch?v=UKhMeHcCG_8&feature=player_embedded#!

Maak een eigen tijdschrift met Jilster!

Standaard

Altijd al (hoofd)redacteur willen zijn van een tijdschrijft? Met behulp van jilster.com kun je helemaal zelf je eigen tijdschrift samenstellen en ontwerpen. Je bepaalt zelf hoe het tijdschrift er uit komt te zien qua vorm maar ook qua inhoud. Het programma kent vele mogelijkheden. Zo kun je kiezen uit een grote hoeveelheid sjablonen die je kunt vullen met eigen teksten en illustraties.

Een tijdschrift dat met Jilster gemaakt is minimaal acht pagina’s lang is, dan kun je in digitale vorm bekijken. Ook is er de mogelijkheid om het tijdschrift te laten printen. Helaas, maar logisch, moet je hier wel voor betalen. Het is niet mogelijk om het tijdschrift zelf uit te printen, wel kun je een ‘printscreen’ maken. Als je het tijdschrift door Jilster laat printen, kost dit ongeveer 20 euro voor 8 pagina’s.
Ook is het mogelijk om het tijdschrift op internet te publiceren, bijvoorbeeld op een blog. Jouw tijdschrift krijgt dan een eigen internetadres. Zo kunnen ook anderen gemakkelijk een kijkje nemen in jouw tijdschrift.

In het onderwijs?
Ook in het onderwijs kun je Jilster goed inzetten. Ik zou Jilster gebruiken om bijvoorbeeld een nieuwe thema in de klas te introduceren. Kinderen zouden de Jilster kunnen gebruiken bij een verwerkingsopdracht. In plaats van een saaie samenvatting of de vaste Powerpoint zouden ze hun gevonden informatie in een Jilster kunnen verwerken.

Het leuke van Jilster is dat je meerdere personen tegelijk aan het tijdschrift kunt werken. Dat is ook gelijk een ander bijzonder aspect van Jilster. Jilster geeft jou de mogelijkheid om vanuit de online redactieruimte anderen uit te nodigen om samen met jou aan het tijdschrift te werken. Jij geeft anderen dan toegang tot de bewerkingsfunctie van jouw Jilster-tijdschrift. Zo kun je het werk verdelen. Hij behoudt het overzicht. In de speciale redactieruimte zie je hoe het werk vordert. Je kunt hier ook met elkaar overleggen via een shoutbox. Daarnaast kun je anderen toestemming geven om een stukje in jouw tijdschrift te schrijven. Kinderen zouden bijvoorbeeld samen een school- of klassenkrant kunnen maken om ouders en anderen op de hoogte te houden.

Ook kun je op de website van Jilster verschillende voorbeelden van tijdschriften vinden die door kinderen op de basisschool gemaakt zijn. Hier staan een aantal hele mooie voorbeelden tussen, de tijdschriften zijn er erg professioneel uit. Het programma is erg gebruiksvriendelijk en de opmaak is erg handig. De bladzijdes kun je opmaken zoals in een echt tijdschrift. Teksten kopieer je vanuit Word naar je eigen pagina in de redactieruimte. Daar bewerk je de tekst eventueel nog en verdeel je deze bijvoorbeeld over meerdere kolommen. Je gebruikt eigen foto’s: als illustratie of als achtergrond. Je kunt afbeeldingen roteren, transparant maken, vergroten of verkleinen. Met de kleurvlakken kun je ook de achtergrond nog een kleurtje geven. Je maakt alles precies zoals je het hebben wilt! (Jilster.nl, 2012)

Ik zou deze tool inzetten vanaf groep 5. De tool is heel gebruiksvriendelijk, maar de kinderen moeten wel wat ICT-vaardigheden onder de knie hebben. Voor groep 3 zou dit te moeilijk zijn, omdat het programma voor hen net wat te veel functies kent. Toch denk ik dat zij met hulp van een leerling uit de bovenbouw of een leerkracht ook een eind kunnen komen met het maken van een mooi tijdschrift. Ik zou dit graag eens proberen.

Kortom… ik vind Jilster een uitstekende tool die veel voordelen kent!

Om het Jilster te kunnen werken kun je een gratis account aanmaken. Dit kan op http://www.jilster.nl/leden/registreren


Bronnen:
Jilster.nl, (auteur onbekend), (2012) De voordelen van werken met Jilster. http://www.jilster.nl/27/uitvoering-tijdschrift Bezocht op 31 mei 2012
ICT-idee.blogspot.com, Schie, H., van (29 maart 2012) Maak je eigen tijdschrift met Jilster. http://ict-idee.blogspot.com/2012/03/96-maak-je-eigen-tijdschriften-met.html Bezocht op 31 mei 2012

Groove wat?

Standaard

Een andere methode die bij het gastcollege van Jorrit den Ouden op 24 mei 2012 voorbij kwam en me erg aansprak is ‘Groove me’. Een sinds februari gelanceerde methode waar nu op verschillende scholen mee geëxperimenteerd wordt. Er zijn op dit moment 3500 proeflicenties, interesse genoeg dus! Er komen drie aspecten samen: Engels, muziek en bewegen. Dit stimuleert kinderen. Bekende popsongs en eigentijdse hits in hun oorspronkelijke uitvoering de basis vormen van alle lessen. Muziek die kinderen kennen van internet, radio en televisie, de methode is dus erg actueel en blijft zichzelf vernieuwen. Aan de hand van muziek leren de kinderen Engels spreken. Zo leren de kinderen bijvoorbeeld over familie door middel van het liedje ‘Father en son’. De woorden die de kinderen leren komen allemaal voor in het liedje. Omdat deze muziek kinderen aanspreekt, motiveert en zelfvertrouwen geeft, leren kinderen met Groove.me sneller en beter Engels.
De methode is gemaakt in samenwerking met Gynzy en dat kun je gelijk zien. De leeromgeving is kind- en gebruiksvriendelijk. Er staan alleen knoppen waar je iets aan hebt en het is gelijk duidelijk wat er van de leerling verwacht wordt.

Wat me het meeste aanspreekt aan de methode is het Engels leren zingen door middel van muziek. De kinderen worden intrinsiek gemotiveerd om te leren. Met de hele klas zingen in het Engels en tegelijkertijd leren, wie wil dat nu niet?
Er is zelfs door meerdere onderzoeken bewezen dat je een taal het beste kunt leren met behulp van muziek en zang. Zo wordt door BPS Research Digest in de mei-editie 2008 van PSYCHOLOGIES Magazine het volgende gezegd: “The answer to the age old question of learning a language, “might lie in a song…The researchers concluded that we find it easier to remember words if they’re set to music, partly because it’s more emotionally engaging, but also because the words are structured in a way that makes it easier for us to ‘segment’ the information and store it in our memories”.

Ook uit deze link blijkt dat muziek inderdaad een goed hulpmiddel is om Engels aan te leren. Zo pikken kinderen snel de woorden die in de liedjes gebruikt worden op en kunnen ze de woorden beter onthouden. Muziek helpt de kinderen woorden te leren die ze vervolgens ook in andere contexten kunnen gebruiken. Ook blijkt dat muziek en liedjes een effectief hulpmiddel zijn om liedjes aan te leren. Het is zelfs zo dat leerlingen de taal beter leren begrijpen. Je leert dit het beste door de songtekst van de liedjes die je luistert erbij te pakken en deze te zingen of te lezen zoals de artiest dit ook doet. Je oefent dan het Engels lezen, luisteren en spreken/zingen tegelijk!

Ik zie vele voordelen bij de methode Groove Me. Onbewust leren de kinderen Engels. Ze luisteren en zingen mee met hun favoriete muziek op school, maar ook thuis. Het ‘nieuwe geleerde’ zetten de kinderen niet zomaar uit, vaak staat de muziek thuis, bij vrienden etc. aan. Ongemerkt slijpt hierdoor het geleerde dieper in, bewust of onbewust.
Ik vind het geweldig om te zien hoe kinderen op een hele andere manier geprikkeld worden om te leren. De prikkeling sluit aan bij hun belevingswereld, nieuwsgierigheid en emotie.Er is zelfs uit wetenschappelijk onderzoek gebleken dat kinderen informatie beter opslaan wanneer er emotie optreedt in het proces. Dit komt doordat er bij emotie een stof en werking in de hersenen ontstaat waardoor de informatie beter wordt opgeslagen. Emoties worden door professor Jolles daarom ook wel de motoren van herinnering genoemd. De hen aansprekende muziek uit groove.me bevordert de emotionele prikkel bij kinderen in de Engelse les, waardoor de aangeboden en behandelde Engelse taal ook beter zal beklijven (Borgiers, R. 21 maart 2012)

Ik vind het wel jammer dat de lessen nu alleen nog maar beschikbaar zijn voor het digibord. Dit zorgt ervoor dat de lessen altijd klassikaal gegeven moeten worden. Mijn ervaring leert dat Engels niet alleen klassikaal aangeboden moet worden, maar dat er ook interactie tussen de leerlingen in kleine groepjes plaats moet vinden. Kinderen vinden het niet altijd fijn om Engels te moeten praten voor de hele klas.
Een ander nadeel dat voor mij nu nog speelt de werkbladen voor de kinderen uitgeprint moeten worden. Het interactieve van deze methode vervalt hier dus voor een deel. Gelukkig wordt er gewerkt aan versies voor de Ipad en andere devices om kinderen ook na het klassikale deel interactiever aan de slag te laten gaan. De methode is nu beschikbaar vanaf groep 5. Men is bezig met versie die vanaf groep 1 beschikbaar zullen zijn.

Bronnen
Ouden, den, J. (24 mei 2012), Gastcollege ´De Roode Kikker´
YouTube.com (1 maart 2012) Groove.me: Engels leren door muziek – lange versie http://www.youtube.com/watch?v=1Pck5paDNeE Bezocht op 25 mei 2012
BPS Research Digest (mei 2008) Learn English with Music http://www.helping-you-learn-english.com/learn-english-with-music.html Bezocht op 25 mei 2012
(auteur onbekend) (2 mei 2011) 5 ways Music can help your English learners http://www.imaginelearning.com/blog/index.php/2011/05/5-ways-music-can-help-your-english-learners/ Bezocht op 25 mei 2012
Borgier, R. (21 maart 2012) Groove. me (http://www.heutink-ict.nl/HeutinkICT/Kennisportal/Blogs/art/200/grooveme Bezocht op 25 mei 2012

De Roode Kikker en Nieuwsbegrip XL

Standaard

Veel methodes worden voor 8 jaar ontwikkeld en het ontwikkelen van deze methodes neemt ongeveer 3 jaar in beslag. Sommige scholen beginnen pas drie jaar na het ontwikkelen van de methode met de methode, zij stromen dus half in. Maar de informatie uit de methode is al weer drie jaar oud. Hoe kun je dan bijblijven bij de belevingswereld van kinderen? Net als de wereld, verandert ook de belevingswereld van de kinderen. Oude methodes zijn snel niet meer actueel en dit zorgt er vaak voor dat de kinderen minder betrokken zijn. ´De Roode Kikker’ nam de uitdaging aan om een methode te ontwikkelen die wel bij de belevingswereld van de kinderen aan sluit. De methode moet volgens Jorrit den Ouden, spreker bij ons gastcollege, actueel, activerend en aantrekkelijk (door gebruik van bijvoorbeeld YouTube-filmpjes etc.) zijn.
Daarom heeft ´De Roode Kikker´ een online ELO / omgevingsgestuurd net ontwikkeld waarop verschillende apps te vinden zijn, zoals: WebComic, Blog, EduTweet, Forum, Teleblik, Lezen, Mediawijsheid en Rekenen.
Zo kom je via de app ´Lezen´ bij begrijpend lezen. Bij de inleiding van een les begrijpend lezen wordt de voorkennis van de kinderen geactiveerd door middel van plaatjes over het onderwerp van de tekst. Na het lezen van de uiteindelijke tekst, wordt er een woordweb gemaakt. Ook wordt er bij iedere les leeshulp gegeven. Daarnaast worden de opdracht door de kinderen op de computer uitgevoerd.



Ook is er bij het ontwikkelen van de methode ‘De Roode Kikker’ gedacht aan de leerkracht. Hierbij staan de volgende aspecten centraal: Eenvoudig, efficiënt en eigentijds. Er zijn leerlingadministratiesystemen. Aan het begin van het schooljaar plannen de leraren de lessen in en hoeven vervolgens niet meer in de omgeving te komen. Ze krijgen de lessen per e-mail gestuurd. Voordeel dat niet steeds de inlognamen en wachtwoorden onthouden moeten worden.
Wel aan de leerkracht de taak om de lessen goed voor te bereiden. Eerst was het zo dat je de methode van binnen en buiten kende, maar nu krijg je ieder jaar een andere les en worden lessen steeds aangepast. Je geeft dus niet vijf jaar lang dezelfde lessen aan dezelfde groep, een voordeel wat mij betreft. Het onderwijs dat je geeft blijft actueel en wat mij betreft moet je daar als leerkracht ook wat voor over hebben.
Daarnaast kunnen docenten hun eigen lessen ontwerpen of de eerder ontworpen les zelfs aanpassen. Je hoeft dus niet altijd gebruik te maken van de standaardlessen van de uitgever, maar kunt de lessen aanpassen aan het niveau van de kinderen in je klas. De uitgever werkt de lessen al uit op drie niveau’s, maar mocht het nodig zijn kun je de lessen dus aanpassen.

‘De Roode Kikker’ geeft aan niet zo’n methode als ‘Nieuwsbegrip XL’ te willen worden. Ze geven toe dat Nieuwsbegrip actueler is met de onderwerpen, maar dat er vaak krantenartikele over oorlog etc. worden gebruikt, omdat deze gebeurtenissen nu eenmaal actueel zijn. ‘De Roode Kikker’ vind niet al die berichten geschikt voor kinderen. Daarnaast blijft het bij ‘Nieuwsbegrip’ vaak bij krantenberichten, dus bij het geschreven woord. Volgens de Roode Kikker moeten naast leesvaardigheden, ook kijkvaardigheden ontwikkeld worden bijvoorbeeld door het bekijken van filmpjes. Ook wordt social media door de Roode Kikker ingezet en gebruikt om de kinderen vaardiger te maken in begrijpend lezen.
Een goed idee wat mij betreft, social media neemt steeds een grotere rol in in de samenleving. Belangrijk dus dat kinderen weten hoe ze een blog of twitterbericht moeten lezen en/of interpreteren. Moet er een samenvatting gemaakt worden, dan wordt dat soms in een twitterbericht en een andere keer wordt er een blogbericht geschreven.

Toch denk ik dat ‘Nieuwsbegrip XL’ qua actualiteit beter scoort. De artikelen die zij gebruiken komen echt uit het actuele nieuws. De artikelen van ‘De Roode Kikker’ zijn wel actueel, maar komen (vaak) niet uit het nieuws. Het zijn wel onderwerpen die kinderen aanspreken, maar het kan voorkomen dat de kinderen en nog niet van hebben gehoord. Bij De Roode Kikker komen artikelen van nu pas twee weken later in het programma. ‘Nieuwsbegrip XL’ speelt echt in op de belevingswereld van de kinderen hier en nu. Kinderen gaan aan de slag met nieuws dat wat net de wereld in is, actueler kan bijna niet!

Bij allebei de methodes is er ruimte voor de leerkracht om de kinderen te volgen in hun ontwikkeling. De leerkracht kan zien wat er wel of niet gedaan is door de kinderen en kan zien waar er nog hulp nodig is. Al wordt er door de programma’s zelf veel hulp geboden, de leerkracht kan hier nog steeds een goede bijdrage leveren.
Wel merk ik dat ook de methode ‘Nieuwsbegrip XL’ niet altijd écht interactief gebruikt wordt. Op mijn oude stageschool werden de ‘werkbladen’ altijd uitgeprint en werd er niet in de omgeving van Nieuwsbegrip gewerkt. Daarnaast kunnen de kinderen bij Nieuwsbegrip XL een eigen magazine maken, waarin tekst, foto’s, polls etc. in verwerkt kunnen worden. Ik weet nu na het zien van de omgevingen van onder andere Nieuwsbegrip XL en ‘De Roode Kikker’ dat scholen die op deze manier te werk gaan een kans missen. In de omgeving van de methode worden naast de opdrachten namelijk ook spelletjes en oefeningen aangeboden om de kinderen vaardiger te maken in begrijpend lezen.

Bronnen:
Jorrit den Ouden (24 mei 2012), Gastcollege ‘De Roode Kikker’
De Roode kikker (datum onbekend), http://deroodekikker.nl/website/ Bezocht op 24 mei 2012
Nieuwsbegrip (datum onbekend), http://www.nieuwsbegrip.nl/nieuwsbegrip.htm Bezocht op 24 mei 2012

Teacher of the future?

Standaard



Een robot die de klaslokalen schoonmaakt, een robot gebruiken als een soort verwerkingsopdracht, een robot die autistische kinderen helpt, een robot die proefwerken uitdeelt en ophaalt, en zelfs een robot die taal en rekenen uitlegt? Misschien is dat wel het onderwijs van de toekomst. Een robot als docent is een ontwikkeling die nog heel ver weg ligt, maar ook nu al zijn goede redenen om robotica goed in de gaten te houden.

Vandaag hebben met we de minor een bezoek gebracht aan ‘De Verdieping’ van Kennisnet. Een interessante dag waarbij we weer blootgesteld werden aan verschillende nieuwe technieken en tools die ook inzetbaar zijn in het onderwijs. Een technische ontwikkeling die me aan het denken heeft gezet vandaag zijn de NAO-robots.
Een NAO is een robot met menselijke trekjes van nog geen 60 centimeter hoog en ongeveer vier kilo. De NAO kan lopen, soepel bewegen met hoofd, benen en armen en stemmen herkennen. Bovendien spreekt hij maar liefst dertien talen (definitie uit: ‘Robotdag in Nemo’, redactie Kennisnet, 9 juni 2011)!
Samen met de andere minorstudenten hebben we een uitleg gevolgd over het programmeren van de NAO-robots en vervolgens hebben we deze geprogrammeerd. Het is ontzettend leuk en interessant om vervolgens te zien hoe de robot jouw idee uitvoert.

In een artikel op de website Kennisnet over robotica worden een aantal bewezen voordelen van het werken met robotica in de klas genoemd. Zo wakkert het werken met robots de interesse in techniek voor kinderen aan (grootste resultaat bij meisjes). Ook bevordert het de samenwerking: er is sprake van een stimulans voor leren van techniek, communicatie en samenwerken. Als laatste bevordert het werken met robots het probleemoplossend vermogen van kinderen. Het programmeren van de robots draagt bij aan cognitieve aspecten zoals oplossend vermogen en creativiteit. Leerlingen moeten nadenken over de oorzaken en gevolgen van hun handelen. Meerdere disciplines en vakken vallen hierbij samen, zoals algoritmisch denken en creativiteit of maatschappijleer (ethiek), natuurkunde, biologie en informatica.

Daarnaast blijkt uit verschillende onderzoeken dat de robots een positief effect hebben op autistische kinderen. Het is voor autistische kinderen moeilijk om contact te maken met anderen. Ook is het voor deze kinderen moeilijk om hun gevoelens te uiten en expressies te tonen met hun gezicht.
Er wordt gekozen voor robots die dezelfde grootte hebben als een echt kind. Zo vertelt ook Maja Mataric, co-director of the Robotics Research Lab at USC in een artikel van ABC.news.com: “In autism, there was already anecdotal evidence that children with autism often respond favorably to robots and show social behaviors they do not display with unfamiliar people. Some work had already been done with toy-like robots before we got involved in the research. We were specifically interested in using human-like child-sized robots which would serve as peers, not toys, in the interaction with children.” Ook blijkt uit het artikel dat kinderen met autisme liever naar objecten kijken dan naar gezichten van mensen. Ze hebben moeite met het begrijpen van gezichtsuitdrukkingen en kennen niet de natuurlijke neiging om contact te maken met de mensen om zich heen of voelen zich geïntimideerd door hun omgeving. De robot reageert en zoekt contact met het kind zelf. Het mannetje stelt eenvoudige vragen om contact te maken, maar kan ook wat moeilijkere opdrachten geven. De leerlingen leren oogcontact maken met de robot zonder dat dit intimiderend overkomt. Als het kind in de war raakt, biedt de robot hulp aan. De robot reageert ook als de kinderen hem slaan. Hij verbergt dan zijn gezicht en huilt, de autistische kinderen weten nu dat dit pijn doet. Daarnaast kan de robot de bewegingen van het kind dat met de robot communiceert volgen.

In de onderstaande youtube-filmpjes kunt u zien hoe de robot en kinderen met elkaar communiceren.



Ik vind het goed dat autistische kinderen geholpen worden door het gebruik van robots, maar ik denk dat hier wel een grens aan verbonden moet zijn. De kinderen moeten niet alleen maar met robots kunnen communiceren. Uiteindelijk moeten ze ook met mensen en kinderen om kunnen gaan. De robots zijn, vind ik, een hulpmiddel om dit uiteindelijk te bereiken.
Daarnaast vraag ik me af of robots nu echt de leraren van de toekomst worden. Ik zie tal van mogelijkheden om met robots aan de slag te gaan. Toch denk ik dat het nog even duurt voordat er echt een robot voor de klas staat, al zal de robot wel steeds meer taken van jou als leerkracht kunnen overnemen. Zo kan de robot opdrachten uitleggen aan kinderen of kinderen individueel helpen. Daarnaast kun je kinderen de robot leren programmeren. De kinderen kunnen dan hun verwerkingsopdracht door de robot laten vertellen of misschien zelfs laten zien. Het programmeren van de robot gebeurt met behulp van het programma Choregraphe. Een gebruiksvriendelijk programma dat veel standaardfuncties voor de robot kent. Het programma is ook geschikt voor kinderen, dit komt vooral doordat het programma zo gebruiksvriendelijk is. De kinderen moeten de acties voor de robot in het scherm slepen en aan elkaar koppelen om een bepaalde beweging te forceren.